Tribunaal voor oorlogsmisdaden in Oekraïne 'ligt nu niet voor de hand'
De Oekraïense president Volodymyr Zelensky vraagt er al maanden om, maar nu klinkt de roep om een speciaal tribunaal voor oorlogsmisdaden ook in Europees verband. De vraag is hoe realistisch de komst van zo'n tribunaal is. "Er bestaat geen blauwdruk van een tribunaal waaraan Rusland meewerkt."
De Oekraïense president vindt dat Rusland verantwoordelijk moet worden gehouden voor deze misdaden. Hij riep verschillende keren op tot de instelling van een speciaal tribunaal. Sinds het massagraf in Izium klinkt die oproep ook buiten Oekraïens grondgebied. Zo schreef de minister van Buitenlandse Zaken van Tsjechië - het land dat nu voorzitter van de Europese Unie is - afgelopen weekend op Twitter dat er een tribunaal moet komen.
Wat is een tribunaal?
Rusland blokkeert voorstellen
"Voor slachtoffers van oorlog heeft berechting een belangrijke symbolische waarde", zegt Geert-Jan Knoops, advocaat bij het Internationaal Strafhof en hoogleraar Politiek van het Internationaal Recht. Toch denkt hij dat de kans klein is dat er een speciaal tribunaal komt. "Voor een VN-tribunaal gelijk aan dat van Joegoslavië of Rwanda is medewerking nodig van Oekraïne én Rusland. Bij het laatste land ligt dat niet voor de hand."
Want volgens Knoops zal zowel Rusland als China zijn veto erover uitspreken in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dat is het hoogste orgaan dat zo'n tribunaal moet goedkeuren. Hij verwijst naar een eerdere poging van onder meer Nederland, Maleisië en Australië om een tribunaal op te richten na de MH17-ramp. "Ook toen heeft Rusland dat geblokkeerd."
Volgens Knoops is er nog een andere mogelijkheid voor een tribunaal, namelijk via de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Rusland heeft daar geen vetorecht. In dat geval moet minstens twee derde van alle VN-landen instemmen met een voorstel. Maar volgens de advocaat heeft zo'n tribunaal niet dezelfde status of bevoegdheden als een tribunaal dat voortkomt uit de Veiligheidsraad. Die kan bijvoorbeeld alle landen verplichten mee te werken aan een internationaal arrestatiebevel.
Ook emeritus hoogleraar internationaal strafrecht Harmen van der Wilt is sceptisch. "Dit soort enorme organisaties stamp je niet zomaar uit de grond tijdens een conflict dat nog volop gaande is. Daarnaast kun je je afvragen of het een wezenlijke bijdrage aan het rechtssysteem is."
Het ICC onderzoekt mogelijke oorlogsmisdaden in Oekraïne
Knoops zet ook vraagtekens bij de meerwaarde van zo'n tribunaal. Hij denkt dat het verstandig is eerst een onderzoek van het Internationaal Strafhof in Den Haag (ICC) af te wachten. In samenwerking met het Joint Investigation Team (JIT) onderzoekt het ICC mogelijke oorlogsmisdaden in het conflict in Oekraïne. Het onderzoek wordt gesteund door 35 landen die zijn aangesloten bij het hof en agentschap Eurojust.
Rusland erkent het ICC niet en dat maakt mogelijke vervolging van individuen moeilijk. Knoops: "Mocht er ooit een arrestatiebevel voor president Vladimir Poetin komen, dan zal Rusland daar natuurlijk niet aan meewerken." En een proces kan niet plaatsvinden zonder aanwezigheid van de beklaagde. Het strafhof kan dus alleen zaken tegen Russen behandelen als Oekraïne ze uitlevert.
Bij het ICC dienen tot nu toe vooral zaken tegen verdachten die als hoofdverantwoordelijk voor oorlogsmisdaden worden gezien. "Een gewone soldaat komt niet snel in aanmerking voor het Internationaal Strafhof, je moet eerder denken aan hoge officieren."
Oekraïense hoofdaanklager onderzoekt 'tienduizenden gevallen'
Van der Wilt staat er anders in: "Oekraïne heeft een functionerend rechtssysteem. Het strafhof kan in actie komen wanneer het op nationaal niveau niet lukt. Zowel het ICC als de Europese Unie kan het Oekraïense gerecht vervolgens bijstaan door waarnemers te sturen of te helpen bij onderzoek."
Beide deskundigen benadrukken dat er in elk geval geen blauwdruk is van een tribunaal waar Rusland aan zal meewerken. "In zo'n conflict is het moeilijk om een onafhankelijke instantie te vinden die aan alle eisen voldoet", zegt Knoops. "Het onderzoek van het ICC en het JIT kan het beginpunt zijn voor een volgende stap."




