Kremlin geeft voor het eerst sinds invasie een nederlaag in Oekraïne toe
Het Kremlin heeft voor het eerst sinds de invasie van Oekraïne in februari een nederlaag toegegeven. Wel doet Rusland er alles aan om president Vladimir Poetin vrij te pleiten en de schuld af te schuiven op anderen.
Het gaat om de grootschalige Russische verliezen in het gebied rond de Oekraïense stad Kharkiv. Oekraïense strijdkrachten startten daar begin deze maand een offensief. De troepen wisten al zeker 6.000 vierkante kilometer land te heroveren op de Russen.
Zo heeft het Kremlin nooit toegegeven dat de Russische troepen zich in april moesten terugtrekken rond Kyiv. Ook van het verlies van het strategisch gelegen Slangeneiland was niets terug te horen in Russische staatsmedia.

Rusland kwam eerder met andere verklaring
Eerder had het Russische ministerie van Defensie nog een andere verklaring voor de verliezen rond Kharkiv. Zo ging het verhaal dat Russische troepen zich hadden teruggetrokken om zich te hergroeperen. Deze uitleg kon volgens het ISW op veel kritiek rekenen binnen Rusland.
Het Kremlin legt de schuld van de nederlaag nadrukkelijk niet bij Poetin. In plaats daarvan wordt de schuld afgeschoven op "slecht geïnformeerde militaire adviseurs in de kring rond Poetin", schrijft het ISW.
De erkenning van de nederlaag laat volgens de denktank zien dat Poetin in sommige omstandigheden bereid is om een Russische nederlaag toe te geven, ook al schuift hij de schuld daarbij vooral af op anderen af en pleit hij zichzelf vrij.

