Defensie-expert Ko Colijn voorziet Nederlanders al ruim veertig jaar van duiding bij gewapende conflicten. Voor NU.nl volgt hij de strijd in Oekraïne en geeft hij antwoord op onze (en jullie) vragen. Deze keer: Hoe versterkt de NAVO zich als tegenwicht tegen Rusland?

Er was gejuich alom over de uitkomst van de NAVO-top in Madrid en er waren jubelzangen over de eenheid die daar werd tentoongespreid. Oekraïne was natuurlijk een belangrijk thema, maar ook de NAVO zelf stond op het menu. Als hoofdgerecht zelfs.

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan boog voor de niet zo harde toezeggingen van Zweden en Finland, dus die twee landen mogen lid worden van het bondgenootschap. NAVO-chef Jens Stoltenberg had zich verlaagd tot enig "begrip" voor de Turkse zorgen over de Koerden.

Dat begrip had hij geleend van Nederland, dat zich ook wel enigszins kon vinden in operatie-Olijftak, het offensief dat Turkije in 2019 ontketende tegen Koerdische groepen in Noord-Syrië. Dezelfde Koerden die de NAVO nota bene hielpen bij het verslaan van Islamitische Staat (IS), iets wat de alliantie zelf niet was gelukt.

Het hemd is dus nader dan de rok. Dat hemd is de eigen veiligheid, niet die van de Koerden. De Russische agressie in Oekraïne woog zwaarder in Madrid.

VS betaalt veruit het meest

Toch is niet iedereen tevreden. Want alle stoere praat over eenheid en hogere defensie-uitgaven ten spijt, de VS betaalt nog steeds het leeuwendeel van de rekening. De verdeelde EU bungelt er een beetje bij. De Amerikanen nemen nu 80 procent van de wapenhulp aan Oekraïne voor hun rekening en de Europeanen 20 procent. Dat zou eigenlijk andersom moeten.

In de NAVO is het hetzelfde liedje. Van de versterkte troepenmacht in Oost-Europa (die van 40.000 naar 300.000 gaat) zal de VS straks bijna de helft leveren. De rest komt op de schouders van de (straks) 31 andere lidstaten.

Bediening van aan Oekraïne gedoneerde wapens is knelpunt

Terug naar de oorlog in Oekraïne. Er wordt veel gesproken over westerse wapenleveranties, die de Russen moeten afstoppen. Russische bombardementen op wapendepots hebben af en toe tot vertraging geleid, maar de wapenleveringen komen over het algemeen na een week wel aan.

De flessenhals zit niet in de wapenstroom of Russische hinderbombardementen, maar in de gebruiksaanwijzingen voor het steeds geavanceerdere wapentuig. Een HIMARS-raketwerper kan het front bereiken vanaf een grote afstand, maar het bedienen van de modernste exemplaren vergt minstens drie weken training (en eigenlijk méér).

Onderbelicht is dat de VS daar eigenlijk al sinds 2014 druk mee is. De contacten met Oekraïne bestaan al langer, maar werden sterk geïntensiveerd na de annexatie van de Krim door Rusland.

Training Oekraïens leger door VS gaat door in Polen

Honderden leden van speciale eenheden en reguliere militairen van de Amerikaanse National Guard zijn in Oekraïne geweest om hun Oost-Europese collega's te trainen. Door die trainers niet zo vaak te wisselen, is ervoor gezorgd dat de banden tussen docenten en leerlingen nogal nauw zijn. Snel na de invasie op 24 februari ging dan ook de telefoon in het huis van David Baldwin, de generaal die verantwoordelijk is voor de opleiding, met het verzoek of de training voor nieuwe tactieken en wapens meteen, en in opgeschroefde vorm, kon worden voortgezet in Polen.

Baldwin zei zonder dralen 'ja'. Hij had de invasie al voorzien en de Amerikaanse militairen een paar weken eerder weggehaald uit Oekraïne, om confrontatie met Russische troepen te voorkomen.

Oekraïne heeft voorrang, maar is niet alleen: het zogenoemde State Partnership Program telt 85 programma's in 93 landen. Het land is gekoppeld aan de National Guard van de staat Californië, maar inmiddels zijn ook die van Connecticut, Indiana, Missouri, North Carolina, Ohio en West Virginia aangehaakt.

Al twee dagen nadat de Amerikaanse president Joe Biden op 13 april had bekendgemaakt dat Oekraïne zou worden gesteund, werden de eerste spullen uit de arsenalen van de National Guard-eenheden verzonden. Dat ging in eerste instantie om helmen en medische apparatuur (die ook werden gestuurd door Nederland, maar dat duurde weken), maar ook om 'gepensioneerde' M113-pantservoertuigen. Die zijn sinds 2006 niet meer in dienst bij de VS, maar blijkbaar nog wel nuttig op de Oekraïense slagvelden.