Dagboek uit Kyiv: opladen in Nederland van de uitputtingsslag
Als ik lang in een oorlogsgebied ben, dan is het vaak hetzelfde liedje.
Ineens was het zover. Ik liet mij door mijn tolk afzetten bij het treinstation van Kyiv. De plek waar ik in het begin van de oorlog had staan kijken toen duizenden mensen tegelijk Kyiv wilden ontvluchten. Die chaos is allang voorbij. Nog steeds vluchten er mensen, maar de treinen zitten niet meer overvol.
Op het perron sprak ik Andrey, de coördinator van de evacuatietreinen. Hij had het nog steeds druk. Slapen deed hij al een maand nauwelijks. "Drie uur per nacht. Dat kan dankzij drie dingen: energydranken, koffie en cola. Rock 'n roll!" lachte hij en maakte het V-teken.
Soms willen grote groepen ineens tegelijk weg
Toch zijn er volgens Andrey soms wel weer ineens grote groepen die tegelijk weg willen. "Het gaat in golven. We verwachten binnenkort weer mensen die nu nog in schuilkelders zitten in gebieden die onze troepen gaan innemen. Dan regelen we bussen en komen ze hier. Of niet, want niet iedereen wil weg."
De trein kwam. Andrey hielp mij persoonlijk naar mijn stoel. Of beter: stoelen. De trein was halfvol en dus ik kon breeduit zitten. Een paar stoelen verder zaten Iryna (36) en Viktoria (50). Vriendinnen, die gisteravond hadden besloten om nu toch te gaan. "Het was ineens genoeg", zei Iryna, die in Kyiv woont. Viktoria wil naar haar dochter Katya (25) die de eerste dag van de oorlog naar Berlijn is gevlucht. En dus is dat nu hun gezamenlijke bestemming. Iryna's man is niet mee, die kan het land niet verlaten omdat hij tussen de 18 en 60 is.
Ik moest daar even later langs en zag hun afgedekte lichamen liggen.
Viktoria komt uit Irpin, een zwaarbevochten voorstad van Kyiv, waar evacuaties plaatsvonden via een verwoeste brug. Ze is samen met haar zoon Anton (20) daar weggegaan op 6 maart, de dag dat op die plek een moeder met haar zoon en dochter werden gedood door een Russische mortiergranaat. "Ik moest daar even later langs en zag hun afgedekte lichamen liggen", zei Viktoria. Die dag zag ze totaal acht dode burgers. Haar zoon is achtergebleven in Kyiv, ook vanwege zijn leeftijd. Of haar huis in Irpin er nog staat, weet ze niet.
De trein reed intussen gestaag door. Vanwege de situatie niet in een rechte lijn naar het westen, maar eerst naar het zuiden, en dan weer westwaarts. Veel bos en platteland. Het was zoeken naar de oorlog. Bij een spoorbrug zag ik een militair zich vervelen naast een stapel zandzakken. Op een station kwamen vrijwilligers de trein in en deelden eten en flessen water uit.
Mijn koffer achtergelaten in het hotel
We reden steeds verder weg van de frontlinies. En ook verder van mijn grote koffer. Want die heb ik achtergelaten in het hotel. Daarin zitten mijn kogelwerend vest en helm en andere dingen die ik thuis niet nodig heb. Het is maar een pauze. En mocht ik straks besluiten eerst naar een andere frontlinie te gaan dan bij Kyiv, dan heb ik thuis altijd nóg een kogelwerend vest. Flexibiliteit.
Ik luisterde naar muziek. Iryna en Viktoria deelden met mij de taarten die ze hadden gebakken voor onderweg. Wat is het raarste wat jullie bij je hebben, vroeg ik. Iryna had een platte keukenweegschaal, Viktoria enkele edelstenen.
Ik keek nog eens naar hen, de oorlog was zichtbaar in hun ogen en hoe ze elkaars handen vasthielden. Toen viel het mij pas op: ze zaten in de kleuren van de Oekraïense vlag! Iryna in het blauw, Viktoria in het geel. "Is gewoon zo gebeurd, hebben we niets over afgesproken", zei Iryna. "Het is magisch", zei Viktoria.
De trein gleed verder door een ogenschijnlijk vredig landschap.
Bijna thuis.

