Dagboek uit Kyiv: De oorlog neemt geen rustdag
Ik heb een andere hotelkamer. En meteen heb ik veel beter geslapen. Van de bovenste verdieping ben ik naar een paar etages lager gegaan. Ik ben zo gaan zitten dat mijn kamer nu schuilgaat achter een ander gebouw.
Het vrije uitzicht heb ik niet meer. In dat uitzicht gebeurde altijd van alles. Raketaanvallen. Explosies. Branden. Raketonderscheppingen. En ik zag zo de aanval op de televisietoren van Kyiv gebeuren, recht voor mijn neus, een paar weken terug. Drie raketten sloegen in. Ik kon het zelfs filmen.
Maar het vrije uitzicht betekende ook dat als er een raket deze kant op zou komen, ik misschien wel nooit meer zou kunnen filmen. De afgelopen week heb ik opnieuw gezien hoeveel schade zo'n raket veroorzaakt. Op meerdere plekken sloegen ze in, op of net naast appartementengebouwen in Kyiv. Met doden en gewonden en heel veel materiële schade, vaak tot in de wijde omtrek.
Ik had al besloten wat vaker in de kelder van het hotel te slapen, maar de nieuwe kamer is een betere oplossing. Even iets meer rust.
'Deze aanval was er ineens'
Vanaf zaterdagmiddag wilde ik eigenlijk zelfs de rest van het weekend vrij nemen. Een rustdag van de oorlog, na constant doorwerken sinds 24 februari. Maar vanochtend stond ik toch weer iemand te interviewen. Het was een vriend van Yevhenii Sakun, een Oekraïense cameraman die omkwam bij de aanval op de televisietoren, samen met nog vier mensen.
Zijn vriend, Aleksandr, vertelde dat Yevhenii helemaal niet werkte in de toren, maar er toevallig langskwam toen hij boodschappen ging halen. "Hij was juist erg voorzichtig. Altijd als hij het luchtalarm hoorde, ging hij naar de schuilkelder. Maar deze aanval was er ineens. Pas daarna ging het luchtalarm af." Ik kon die lezing bevestigen.
Aleksandr was niet naar de uitvaart van zijn vriend geweest. "Ik weet niet eens wat ze precies hebben gedaan. Het zal in heel kleine kring zijn geweest, zoals alle begrafenissen nu." Hij heeft zich voorgenomen om als deze oorlog voorbij is, zijn familie op te zoeken.
Aleksandr in de schuilkelder. | Beeld: Hans Jaap Melissen'Ze zijn aan de oorlog gewend geraakt'
En toen klonk plotseling een keiharde knal. Meteen gevolgd door het luchtalarm. We stonden buiten te praten, in een buurt met flats van vijf hoog. Aleksandr keek mij aan en ik schudde mijn hoofd. Niet goed. Aleksandr nam mij snel mee naar zijn flatblok, een trap af, de schuilkelder in. "Deze flats zijn gebouwd tijdens de Sovjet-Unie, toen het verplicht was schuilkelders aan te leggen onder elke flat. Nieuwe gebouwen hebben dat niet meer."
De kelder liep door onder het hele gebouw. Overal lagen matrassen en luchtbedden. Het was er warm, er was stroom. Algauw arriveerden meer mensen. Een moeder met haar tweelingdochters, Ariadna en Varvara van negen. Vlechtjes in het haar. Identieke kleren. Ze gingen zitten op een bed en meteen doken ze op het spel dat hun moeder had meegebracht: UNO. Ze speelden het met z'n drieën, alsof er verder niets aan de hand was. "Ze zijn aan de oorlog gewend geraakt", zei hun moeder.
Meer mensen arriveerden en namen hun plek in. De een speelde een spelletje op haar telefoon, de ander las een boek. Er was internet en ik kreeg van iemand de code. Ik bleef ook maar even zitten. Wat scrollen op mijn telefoon. Was het toch nog een beetje een rustdag.
