Dagboek uit Kyiv: Verdienen aan de oorlog
Ze stapte meteen op mij af toen ik een duur hotel in het oude centrum van Kyiv binnenliep. "Heb je een huurauto nodig?" Ze kwam samenzweerderig dichterbij staan. "Ik kan je overal mee naartoe nemen. We hebben auto's met chauffeur." Ik zei dat ik al een chauffeur had. En ook een mountainbike trouwens, voor de kleinere stukjes, maar dat noemde ik maar niet.
De vrouw van het autoverhuurbedrijf deed net alsof ze mij niet had gehoord. "Wil je naar Lviv? We gaan er zondag heen met een luxe bus." Ik zei dat ik daar weinig te zoeken had. En vond het ook wat ver voor een dagtrip: Lviv ligt ruim 500 kilometer verderop, dicht bij Polen, ongeveer de afstand van Utrecht naar Parijs.
Ze frommelde intussen in haar binnenzak, haalde er een enorme stapel bankbiljetten uit en probeerde die in haar heuptasje te doen. Duizenden dollars. De rits van het tasje kwam steeds klem te zitten.
Ze keek mij bemoedigend aan, alsof ik een buitenkans had
"Ik wil wel naar Tsjernobyl", zei ik, om te weerleggen dat ze 'overal' heen gingen. De kerncentrale ten noorden van Kyiv is immers in Russische handen. Haar gezicht klaarde op. "Ik kan regelen dat je naar Tsjernobyl gaat. Niet naar de centrale, maar wel de omgeving. We krijgen je tot en met het laatste blauw-gele checkpoint."
Ik vroeg naar de prijs. "2.500 dollar", zei ze en keek mij bemoedigend aan, alsof ik een buitenkans had. "We hebben net Franse en Arabische media daarnaartoe genomen: 's ochtends heen, 's middags terug."
Dus ik een dag later naar Tsjernobyl...
Nee, natuurlijk niet. Ik heb als oorlogsjournalist veel meegemaakt met exorbitante prijzen, waar ook ter wereld, maar ik heb nu een nieuwe nummer één.
Mijn chauffeur hier werkt voor een tiende van dat bedrag, per dag. En hij gaat daarvoor ook mee naar bijvoorbeeld Irpin, waar nog steeds Russische granaten vallen. Overigens gebruik ik hem niet eens elke dag, want er zijn ook weer losse taxi's. Plus die mountainbike natuurlijk. Mijn chauffeur vindt dat prettig trouwens, om niet elke dag beschikbaar te zijn: zo kan hij familie en vrienden helpen met inkopen of zich verplaatsen.
Niet in geld uit te drukken
Dat mensen willen verdienen in een oorlog vind ik overigens volkomen legitiem. Maar het 2.500 dollarverhaal staat in schril contrast met de vrijgevigheid en gastvrijheid waarmee ik tot nu toe ben behandeld.
Bijvoorbeeld het hotel waar ik logeer, blijft open voor een klein groepje hulpverleners en een paar journalisten. Ze draaien daardoor verlies, maar zien het als hun bijdrage aan de oorlog. Sommige restaurants in de stad - dicht voor bezoekers - maken maaltijden voor ontheemden, ziekenhuizen of het leger. Gratis.
En dan was er nog de kassamedewerkster. Gisterochtend dreven er, na zware aanvallen aan de rand van Kyiv, zwarte rookwolken over de stad. Oliedepot geraakt. Alweer. Dat sloeg op mijn luchtwegen. Ik rekende af bij de supermarkt en schraapte mijn keel. De kassière keek mij aan, gebaarde dat ik even moest wachten en pakte onder haar desk een plastic zakje, waaruit ze een aantal keelsnoepjes haalde. Ze gaf ze aan mij en keek er net zo samenzweerderig bij als 'miss 2.500 dollar' had gedaan. Ze knipoogde en deed er zelfs nog een handkusje achteraan.
Niet in geld uit te drukken.
