Sinds hun land besloot een oorlog te beginnen in Oekraïne, krijgen Russische burgers te maken met discriminatie en intimidatie. NU.nl sprak twee Russische Nederlanders die dit zelf of in hun directe omgeving ervaren. Dit is hun verhaal.

'Ik had tranen in mijn ogen'

De in Rusland geboren Nadia woont nu vijftien jaar in Nederland. Met haar Nederlandse man heeft ze twee jonge kinderen, die ze tweetalig opvoedt. Nadia werkt bij een grote gemeente in Noord-Holland.

"Het was dag drie van de oorlog en ik was met mijn man en kinderen naar museum Naturalis toen een vreemde man mij plotseling verbaal aanviel. Hij kotste me uit, waarschijnlijk omdat hij had gehoord dat ik Russisch sprak met mijn vijfjarige zoon. Hij was woedend en riep dingen als: 'Schaam jij je niet?'."

"Wat hij nog meer zei, ga ik niet herhalen, maar mijn zoontje hoorde het ook allemaal. Ik was echt in shock en had tranen in mijn ogen. Hij was een jonge vader van ongeveer mijn leeftijd, met twee jonge kinderen. Ik denk dat hij uit Oekraïne kwam. Hij sprak me aan in het Russisch. Andere mensen in het museum begrepen dus niet wat er gezegd werd."

"Of ik nu meer op mijn hoede ben? Ik hoor dat een deel van de Russische mensen in Nederland geen Russisch meer durft te spreken op straat, maar ik weiger mijn identiteit te verloochenen en blijf in het openbaar gewoon Russisch praten met mijn zoontje."

"Net als veel Russische mensen heb ik een ontzettend diep schuldgevoel naar Oekraïners toe. Daarom denk ik dat we de verbinding moeten blijven zoeken met elkaar. Poetin wil heel graag verdeeldheid zaaien tussen mensen en het Westen als grote vijand neerzetten. We mogen als normale burgers de verbinding met elkaar daarom niet uit het oog verliezen, anders helpen we hem zijn doelen te bereiken."

“Mijn ziel huilt om al die Russische en Oekraïense jongens die ooit met dezelfde kinderliedjes door hun moeders zijn toegezongen.”

"Ik vrees wel voor de reactie van Oekraïense vluchtelingen die naar Nederland komen. Dat kan tot spannende confrontaties leiden. Ik kan het ze ook niet kwalijk nemen. Ze hebben hun dierbaren verloren, hun leven verloren, ze hebben alles verloren. Toch heb ik me aangemeld als tolk voor Oekraïense vluchtelingen; heel veel Oekraïners begrijpen of spreken namelijk Russisch. Natuurlijk ben ik bang voor hun reactie, maar ik ga niet mijn kop in het zand steken. Hen helpen, helpt ook mij."

"Pas bracht ik een pak pampers en Nutrilon naar een plek in Amsterdam waar hulpgoederen ingezameld worden voor Oekraïne. Er deed een Oekraïense man open, dus ik zei tegen hem dat het me speet. 'Waar heb je het over? Ik begrijp je helemaal', zei hij. Hij bleek zelf een Russische vrouw te hebben. Het toont aan hoe verweven Oekraïne en Rusland zijn."

"Over de oorlog voel ik me machteloos, intens verdrietig en uitgeput. Mijn ziel huilt om al die Russische en Oekraïense jongens die ooit met dezelfde kinderliedjes door hun moeders zijn toegezongen, en die nu in Oekraïne door het vizier naar elkaar kijken in de loopgraven. Om mijn broertje en mijn neefje, die dienstplichtig zijn en ieder moment kunnen worden opgeroepen, die niet willen vechten voor Poetins absurde doelstellingen."

'Ben jij vóór of tegen Poetin?'

De in Sint-Petersburg geboren Elvira Yurievna Skiba woont 26 jaar in Nederland. Ze is directeur van de Russische zaterdagschool Mozaika in Amersfoort waar kinderen leren over de taal, cultuur en geschiedenis van het land. Op de school zitten kinderen van ouders uit Rusland, maar ook uit Oekraïne, Kazachstan, Armenië en andere voormalige Sovjetlanden.

"Ikzelf en mijn gezin hebben nog niet te maken gehad met discriminatie. Van mensen in mijn omgeving is er vooral steun en begrip. Maar in WhatsApp-groepen van ouders is veel haat en agressie geuit door met name Oekraïense mannen. Ook op onze Facebook-pagina zijn veel haatberichten geplaatst, van sommige is meldingen gemaakt bij de politie. Van ouders heb ik wel twintig bezorgde brieven gehad over de veiligheid van kinderen."

"Op de school zelf is het rustig. Sommige Oekraïense families zijn al wel - op een nette manier - weggegaan, omdat ze het nu moeilijk vinden om in een Russische omgeving te komen, wat heel begrijpelijk is."

"We hebben een tijdelijke regel ingesteld: er mag niet over politiek worden gepraat. Ik wil niet dat de school een soort conflictzone wordt. De school moet een veilige haven blijven voor kinderen. Die zijn niet verantwoordelijk voor wat grote mensen doen. Als kinderen zelf over de oorlog beginnen, zullen wij ze wel advies geven. Ze horen heel veel, maar begrijpen het niet altijd. Sommigen krijgen bijvoorbeeld moeilijke vragen van andere kinderen op hun Nederlandse school, zoals: ben jij Russisch of Oekraïens? Of: ben jij vóór of tegen Poetin?"

“De Russische taal is niet wat ons scheidt, maar wat ons bindt.”

"Ik maak me wel zorgen om de Oekraïense vluchtelingen die hier nu naartoe komen en over hoe dat allemaal gaat. Oekraïense kinderen zijn welkom op de school, maar we zijn nog aan het bedenken hoe we kunnen helpen. We kunnen nu nog geen lessen in het Oekraïens aanbieden, maar tekenen, muziek en sporten kan bijvoorbeeld wel. Ook kunnen we extra kleutergroepen openen. En misschien moeten we ook psychologische steun gaan geven."

"Het belangrijkst is dat kinderen zo snel mogelijk weer een normaal levensritme krijgen en dat wij de kinderen een normale en veilige omgeving bieden, waarin ze ook Russisch kunnen praten, want een deel van de Oekraïners spreekt Russisch. De Russische taal is niet wat ons scheidt, maar wat ons bindt."

"Verder verwacht ik van mensen iets meer cultuurbegrip. Wees niet oppervlakkig door Russische mensen uit te sluiten en Russische kunst, muziek, cultuur en literatuur weg te gooien. Rusland en Nederland hebben enorme historische banden, die kun je niet zomaar verbreken. Daarom denk ik dat we in een tijd leven waarin we verantwoordelijkheid moeten nemen: kijk naar wat jouw eigen waarden zijn. Vraag je af: zijn Tchaikovsky en Tolstoy degenen die ik nu echt haat?"