Dagboek uit Kyiv: Mens en dier zitten samen achter de tralies van de oorlog
Gisteravond laat stond ik op de hoogste verdieping van mijn hotel een tijdje naar de donkere stad te kijken. In de tientallen flatgebouwen die de skyline bepalen zag ik vrijwel nergens licht.
Ik dacht aan de mensen die hier zouden moeten wonen, maar ergens anders heen zijn gevlucht. Waar zouden ze nu zijn? Nog bij familie in een veiliger stuk van Oekraïne? Polen? Nederland?
Ik dacht ook aan wat ik die dag had gezien in Irpin, een belegerde voorstad van Kyiv, waar evacuaties op gang kwamen. Al die ouderen die, bij gebrek aan een brancard, in dekens de kapotte brug over werden getild. De brug die eerder door het Oekraïense leger was opgeblazen om de opmars van de Russen naar Kyiv tot stilstand te brengen.
Ik stond daar ook op de plek waar zondag bij een mortieraanval een vluchtende vrouw, haar twee kinderen en de kerkvrijwilliger die hen begeleidde werden gedood. Een uitgebrande auto en een vernietigde gevel waren de stille getuigen van die tragedie.
Nu was het gelukkig stil. Het tijdelijke staakt-het-vuren bleef overeind. Al schoot één Oekraïense militair nog wel op een drone die aan kwam vliegen. Maar bleek die niet van de Russen, maar van henzelf. Het schot miste doel.
Tony is eenzaam
Ik dacht, starend naar de donkere stad, ook aan die andere wonderlijke ontmoeting die ik die dag had. Aan Tony, 47 jaar oud. Hij woont hier in Kyiv, maar hoort hier juist eigenlijk niet te zijn.
Tony is namelijk een gorilla, in de dierentuin van Kyiv. Samen met mijn tolk ben ik daar kort op bezoek geweest. De dierentuin is sinds het begin van de oorlog gesloten. Een paar vaste medewerkers en enkele vrijwilligers proberen de dieren te verzorgen. Volgens de directeur is er nog voor twee weken eten.
Tony kwam meteen naar het raam van zijn winterverblijf toen hij het bezoek aan zag komen. Hij drukte zijn gezicht tegen de ruit. "Tony houdt van mensen. Tony mist de bezoekers", zei vrijwilligster Valery.
Ik mocht voorbij het hek, tot aan het glas. Tony keek mij onderzoekend aan. Hij tikte op de ruit en legde zijn grote zwarte hand ertegen, waarna ik hetzelfde deed. "Hij vindt jou leuk", lachte Oksana, een andere vrijwilligster. Ik vond Tony ook leuk. En enorm imponerend. In de Apenheul had ik er lang geleden weleens een op afstand gezien. Maar zo, oog in oog, zag je pas wat een enorm beest het is.
"We moeten er maar niet aan denken dat de dierentuin ooit zal worden geraakt", zei Oksana. Volgens haar had Tony, los van de eenzaamheid, verder geen last van de oorlog. "Hij hoort in dit verblijf niet zo veel van buiten."
Gorilla Tony in zijn hok in de dierentuin van Kyiv. | Beeld: NU,nl/Hans Jaap MelissenAlpaca's tussen het luchtdoelgeschut
Andere dieren die buiten staan, hebben meer met de geluiden van de oorlog te maken. Toen we bij de alpaca's aankwamen, ging net het luchtalarm. Ze keken meteen om zich heen. Een luchtdoelraket werd afgeschoten, even verderop. "We zien dat sommige dieren gestrest zijn", zei Oksana.
Tot slot mocht ik nog even het winterverblijf van een enorme olifant in. Die stak meteen zijn slurf door het hekwerk. De verzorgster gaf hem een appel. Ik voelde in mijn jaszak. Ik had er ook een, en de olifant griste hem dankbaar uit mijn hand. Daarna bleef hij mij aankijken, of er nog meer kwam. De slurf danste bedelend door de tralies.
Uitkijkend over de stad dacht ik dus aan alle ontmoetingen van die dag. Of het nou mensen zijn, of dieren. We wachten hier af of er een zware Russische aanval op Kyiv zal volgen. Zo zitten wij hier allemaal, mens en dier, gevangen achter de tralies van de oorlog.

