De European Broadcasting Union (EBU), die het Eurovisie Songfestival organiseert, snapt dat er in Oekraïne teleurgesteld is gereageerd op de keuze om het evenement volgend jaar niet in het door oorlog getroffen land te houden. De organisatie blijft echter bij de beslissing dat het winnende land Oekraïne momenteel niet aan de eisen voldoet om het Songfestival te organiseren, meldt ze op Twitter.

De EBU liet vorige week weten met de Britse omroep BBC (het Verenigd Koninkrijk eindigde als tweede) in gesprek te gaan over het organiseren van het Songfestival. De Oekraïense omroep UA:PBC eiste nieuwe onderhandelingen, omdat die wel degelijk mogelijkheden zag om het evenement te organiseren. Ook Britse politici mengden zich in de discussie en stelden dat Oekraïne het Songfestival zou moeten organiseren.

De EBU maakt met de nieuwe verklaring duidelijk niet van het besluit terug te komen. De Europese omroepkoepel wijst donderdag op de reglementen waarin staat dat het evenement kan worden verplaatst in geval van overmacht, zoals bij een oorlog. Daarnaast wijst de koepel erop dat de organisatie van het Songfestival van het jaar erna vrijwel meteen na de finale begint, wat in dit geval niet mogelijk is.

De EBU wijst op onder meer het risico op luchtaanvallen door vliegtuigen, drones of raketten die een aanzienlijk aantal slachtoffers zouden kunnen maken. De koepel heeft ook veiligheidsadvies van derden ingewonnen en ook daaruit kwam naar voren dat het risico op een groot incident te groot is. Verder waren er zorgen over het feit of delegaties en deelnemers überhaupt wel naar Oekraïne willen reizen in het geval dat de oorlog nog steeds gaande is.

De EBU heeft nog gekeken of een Songfestival op een grenslocatie in een buurland mogelijk was, maar de locaties en de infrastructuur voldeden niet aan de eisen. "We hebben daarom met spijt in ons hart de beslissing genomen om naar een ander land te gaan", aldus de EBU.