Op de vrije woensdagmiddag pianoles, voetbaltraining of een verjaardagspartijtje? Het is niet meer zo vanzelfsprekend nu steeds meer basisscholen afstappen van het traditionele lesrooster.

Dat traditionele rooster duurt van 8.30 tot 12.00 uur, gevolgd door een pauze van anderhalf uur en daarna weer school van 13.30 tot 15.30 uur. De inzet is nu kortere pauzes en een meer gelijke verdeling van lessen door de week.

Uit een enquête van DUO Onderwijsonderzoek, dat afgelopen week werd gepubliceerd, blijkt dat bijna de helft van alle scholen na de zomervakantie niet meer het ouderwetse rooster hanteert. Het komende schooljaar zal nog slechts 56 procent van alle basisscholen de traditionele lestijden volgen; in 2011-2012 was dat 77 procent, vorig jaar nog 65 procent.

"Het gaat hard", zegt Vincent van Grinsven van DUO Onderwijsonderzoek. "En het heeft er alle schijn van dat deze trend zich doorzet. Vroeger keken ouders vooral naar de kwaliteit van de school, de locatie en het gebouw. Maar ook een lesprogramma voor hun kinderen dat aansluit bij hun werkzame leven, is nu ook belangrijk."

Oud en vertrouwd

Het Nederlandse basisonderwijs volgt al heel lang de oude en vertrouwde lestijden. Waarom weet eigenlijk niemand. "De lagere school ligt al heel wat jaren achter me, maar ook ik weet niet beter" zegt Van Grinsven. "En het was ook al zo toen mijn ouders in het onderwijs werkzaam waren."

Zo blikt ook Adrie Groot, voorzitter College van Bestuur van stichting Flore met 30 basisscholen in Heerhugowaard en omgeving, terug. "Ik ben 58, maar weet nog dat de school om 12.00 uur uit ging. Liep ik een kilometer naar huis om iets te eten en om 13.30 uur was je weer op school. Zo was het gewoon."

Het heeft lang goed gewerkt, stellen beiden, maar de traditionele schooltijden staan nu volop ter discussie: want hoewel de samenleving is veranderd, de lestijden zijn altijd dezelfde gebleven. Dat moet anders, wordt steeds vaker gehoord.

“Veel ouders zijn tweeverdieners en het traditionele lesmodel is daar niet op afgestemd”
Vincent van Grinsven

Arbeidsparticipatie vrouwen

Een belangrijke oorzaak is de arbeidsparticipatie van vrouwen. Ruim 7 van de 10 Nederlandse vrouwen hebben een baan, en dat heeft gevolgen voor het kind op school.

Nu al blijft 50 procent van de basisscholieren tussen de middag over en 15 procent van de schoolkinderen bezoekt de buitenschoolse opvang. Vooral het laatste percentage zal de komende jaren nog flink stijgen, zo is de verwachting.

Reden om de schooltijden en de dagindeling van schoolkinderen kritisch onder de loep te nemen. "Veel ouders zijn tweeverdieners en het traditionele lesmodel is daar niet op afgestemd", verklaart Van Grinsven. "Eén van de ouders moet altijd tussen de middag thuis zijn om de kinderen op te halen van school, eten te geven en weer terug te brengen. Dat is vaak lastig en vergt veel georganiseer."

Ook Groot ziet dat scholen die enkele jaren geleden de stap nog niet aandurfden, nu toch nieuwe lesmodellen omarmen. Tien van de dertig bij Flore aangesloten basisscholen hebben inmiddels het vertrouwde lesrooster vaarwel gezegd. "Er moet wel voldoende draagvlak zijn, anders gaat het niet door. Maar we zien dat enkele scholen die het een paar jaar geleden nog van de agenda hebben gehaald, er nu wel weer mee bezig zijn."

Leerkrachten

Uit het onderzoek van DUO blijkt dat een kwart van de leerkrachten moeite heeft met nieuwe lestijden en de invoering ervan. Van Grinsven kijkt er niet raar van op. "Er zijn altijd conflicterende belangen. Het bestuur wil graag een concurrerende school, leerkrachten willen prettig werken, ouders willen flexibiliteit. Het gaat er dan om dat je de neuzen in dezelfde richting krijgt, maar heel moeilijk hoeft dat niet te zijn."

Dat ondervond bijvoorbeeld basisschool De Vaart in Heerhugowaard, die al enkele jaren werkt met een ander lesrooster. Het waren vooral de ouders die daar zes jaar geleden om vroegen, zegt directeur Annemiek Ruiter.

"Niet iedereen was in het begin even verheugd toen werd besloten de traditionele lestijden overboord te zetten en ook enkele leerkrachten hadden zo hun twijfels: 'Kunnen we de lessen nog goed voorbereiden? Kunnen met name de jongste kinderen een compacte lesdag zonder een lange pauze wel aan?'."

Het bleek allemaal erg mee te vallen, zegt Ruiter. "Kritiek en twijfel moet je niet wegwuiven, we hebben er openlijk over gepraat. Het was vooral een kwestie van wennen, zo bleek. Sommige leraren staan al vele jaren voor de klas, voor hen was het nogal een verandering."

Rust voor kind

Het nieuwe lesrooster heeft vooral als voordeel dat het het kind veel meer rust geeft, constateert Ruiter. Kinderen hoeven niet meer naar de tussenschoolse opvang, waar toch al vaak een gebrek aan begeleiders was, maar brengen de pauze door met hun leerkrachten.

Ze zijn vroeger thuis en de verkeersdrukte rond school met voorheen vier haal- en brengmomenten is gehalveerd, en daarmee is de veiligheid toegenomen. "De meeste ouders en leerkrachten zijn er nu erg blij mee en als school willen we ab-so-luut niet terug naar het oude model."

“Ik had een jongetje in de klas dat ’s ochtends eerst een half uur met technisch Lego aan de slag ging.”
Adrie Groot

Een herziening van de lestijden maakt de weg ook vrij dat het onderwijs eens kritisch naar zichzelf kijkt, zegt Groot. Want net als bij de roosters het geval is, zijn veel lesprogramma’s net zo traditioneel ingericht, stelt hij. "Zoals dat creatieve vakken altijd op vrijdagmiddag worden gegeven, omdat het einde van de week het beste moment zou zijn."

Groot pleit, als scholen toch hun lestijden omgooien, voor een gevarieerd programma met een combinatie van les, ontspanning, sport en spel. "Een mix van leren en creativiteit." Juist zo’n breed en wisselend aanbod is goed voor een kind, stelt hij. "Ik had een jongetje in de klas dat ’s ochtends eerst een half uur met technisch Lego aan de slag ging. Ik vroeg hem waarom. Nou meester, zei hij, dan ik me straks veel beter concentreren op taal en rekenen."

We moeten veel meer vanuit het kind denken, is de boodschap van Groot. "Een basisscholier is meer dan een IQ of een cito-score. Ik wil weer op zoek naar de twinkeling in de ogen van het kind. Als een kind lekker in zijn vel zit, presteert het ook beter."

De voornaamste alternatieve lesroosters:

Het continurooster: Leerlingen krijgen vier lesdagen tot ongeveer 2 uur in de middag. Tijdens de korte middagpauze blijven ze op school. De woensdagmiddag blijft vrij. 23 procent van de scholen hanteert vanaf volgend jaar dit model.

'Vijf gelijke dagen': Vijf identieke schooldagen, van 8 tot 14 uur, geen vrije woensdag- en vrijdagmiddag. Eén op de elf basisscholen heeft hiervoor gekozen.

7-tot-7-model: Opvang, lessen en naschoolse activiteiten op één locatie en het hele jaar open. Leerkrachten zijn niet enthousiast, blijkt uit de enquête van onderzoeksbureau DUO: niet goed voor de kinderen en niet goed voor henzelf.

Het bioritme-rooster: Het leren volgt het bioritme van de kinderen, die zijn het scherpst van 10 tot 12 uur in de ochtend, gevolgd door een lange pauze voor lunch, sport en ontspanning. De middag is voor repeteren. Volgens leerkrachten wel goed voor het kind, maar als model toch niet populair.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend