'Ajax had nóg twee keer de Champions League-finale kunnen halen'

Zondag 24 mei is het exact twintig jaar geleden dat Ajax met 1-0 won van AC Milan in de finale van de Champions League. Een terugblik met voormalig teammanager David Endt.

Hij heeft het nodige bewaard van die lenteavond in Wenen. Op de eetkamertafel van zijn appartement in Diemen ligt het donkerblauwe uitshirt van Ajax uit 1995. Achterop staat rugnummer 10, met daarboven de naam Litmanen.

"Kort na de finale gaf Jari het in de kleedkamer aan me", vertelt Endt terwijl hij zijn stoel aanschuift. ""Hier cheffie, die is voor jou", zei hij. Omdat ik perschef was noemde hij me altijd zo."

Als perschef maakte de inmiddels 61-jarige Endt het succesvolle Champions League-avontuur van het piepjonge Ajax van dichtbij mee. Later zou hij doorgroeien naar de rol van teammanager en dat bleef hij tot zijn vertrek uit de Arena twee jaar geleden.

Ook het wedstrijdformulier voor de finale tegen AC Milan werd namens Ajax door Endt ingevuld. Een kopie ervan ligt naast het shirt van Litmanen op tafel. "Edwin van der Sar, Michael Reiziger, Danny Blind, Frank Rijkaard, Frank de Boer", leest hij twintig jaar na dato zijn eigen handschrift op.

Bijna helemaal onderaan staat nummer 15 Patrick Kluivert, die als invaller Ajax vlak voor tijd naar de 1-0 winst punterde. "Wat zal er met zijn shirt gebeurd zijn?", vraagt hij zich hardop af. "Dat is het magische shirt van de finale. Ik vermoed dat Kluivert het zelf heeft, al weet ik niet hoeveel waarde hij aan die dingen hecht."

Video: Kluivert maakt de 1-0

Beeld: Ajax TV

10.00 uur ontbijt, 11.00 uur wandeling

Endt zelf hecht in ieder geval veel waarde aan alles uit zijn Ajax-tijd, zeker aan wat hij bewaard heeft van de eindstrijd in 1995. En dat is nogal wat. Zelfs de bevestiging van reisbureau Roever voor het hotel net buiten Wenen heeft hij nog. Te lezen is dat alle 42 geboekte kamers in Hotel Am Sachsengang beschikken over twee "separate bedden, radio, tv en een eigen badkamer".

"Louis koos vrijwel altijd voor een hotel dat niet super luxe was, ook om de spelers met beide benen op de grond te houden. Het liefst een beetje familiair. En alles gericht op rust en kalmte. We hadden er bovendien prima mogelijkheden voor de traditionele wandeling op de wedstrijddag."

Endt pakt zijn agenda uit 1995 erbij en bladert naar 24 mei. "Hier staat het. 09.30 uur wekken, 10.00 uur ontbijt en dan om 11.00 uur wandeling en bespreking. Assistent Bobby Haarms had 's ochtends vroeg al het parcours bepaald. Ongeveer 45 minuten moest het duren."

"En ik weet nog dat we bijna klaar waren, we liepen op een grindpad richting het hotel. Ik hing een beetje achteraan in de groep en Kluivert ook. Hij baalde, want hij wist al dat hij niet in de basis zou staan. 'Maar ik kom erin en dan ga ik het doen, Davie', zei Patrick tegen me. Hij was zo gemotiveerd."

"Zo zat eigenlijk elke speler met zijn eigen teleurstelling, hoop of spanning.  En de trainers en de rest van de staf ook. Ik voelde dat de spanning op een andere graad lag dan voor de halve finale tegen Bayern München en de eerdere Champions League-wedstrijden."

"Een aantal spelers had in 1992 wel al de UEFA Cup gewonnen met Ajax, maar dit was anders. Dit moest het summum worden. De troon bestijgen in Europa met een relatief klein budget en grotendeels zelfopgeleide spelers. Maar toen we eenmaal zo dichtbij waren, kwam ook de spanning en de vrees dat je het alsnog uit handen zou geven."

Veel te vroeg in het stadion

Endt voelde die spanning 's avonds ook in de bus naar het stadion. "Ik zat zoals altijd naast Litmanen. De vierde bank rechts. Normaal praatten we over van alles, maar nu was het stiller. Op de bank voor ons zat Rijkaard diep in gedachten verzonken. En achterin zaten de jonge Surinaamse jongens. Ze hadden de avond ervoor een Surinaamse rap geschreven en begeleidden die nu zachtjes met wat getrommel op de banken."

Na even zoeken vindt Endt de tekst twintig jaar later terug in zijn boekenkast: 'Uan lees nan stanko foe mi a mang bing aksi'. "Ja, zo ging het. En zo had ieder zijn methode om de spanning even weg te halen."

“Wachten is echt het ergste wat er is voor zo'n finale.”
David Endt

Lang duurde de rit niet. Dankzij een politie-escorte was de Ajax-bus "veel te vroeg in het stadion en dat betekende dat de spelers nóg meer tijd moesten doden die ze helemaal niet wilden doden".

"Wachten is echt het ergste wat er is voor zo'n finale. De een zocht afleiding door wat langer op de massagebank te liggen, een ander staarde alleen maar voor zich uit. En ik zie Winston Bogarde nog al zijn ringen afplakken met tape. Hij probeerde het altijd weer, maar de scheidsrechter stond niet toe dat hij zonder tape met die dingen om zijn vingers het veld op zou gaan."

Endt zag ook hoe een paar spelers zich met een bal vermaakten in de gang tegenover de kleedkamer. "Er liepen daar allemaal officials van de UEFA en ze probeerden die steeds door de benen te spelen. Als zo'n pannaatje lukte was het gillen van het lachen. Zo vonden ze in hun spanning toch wat ontspanning, tot ineens die man met dat groene pak voorbij kwam."

"En natuurlijk probeerden die jongens ook hem door de benen te spelen. Maar op een gegeven moment trapte hij gewoon een balletje mee. Hij pakte Kluivert ook nog even beet. Volgens Patrick heeft hij gezegd dat hij de winnende zou gaan maken. Maar wie die man nou was? Hij had ook geen pasje of accreditatie om zijn nek. Ik denk dat hij zich naar binnen had gebluft."

Tactische en mentale injectie

Op het moment dat Ajax en AC Milan eindelijk aan de finale begonnen, was de man in het groene pak allang opgegaan tussen de 49.730 toeschouwers in het stadion. Endt zat ook op de tribune.

Hij was ook bij de bespreking in de rust. "Louis nam trouwens niet als eerste het woord. Dat was Rijkaard, die was echt kwaad. 'Doe wat je gezegd is, speel vanuit je taak', hamerde hij. Clarence Seedorf had bijvoorbeeld tot op dat moment volledig zijn eigen wedstrijd gespeeld, waardoor Milan kon domineren. Nog een paar jongens kregen echt op hun kop van Rijkaard."

“Juist omdat Rijkaard nooit zo tegen de groep sprak, kwam het ook aan.”
David Endt

"En juist omdat hij dat nooit zo in de groep deed, kwam het ook aan. Het was even stil, daarna kwam Van Gaal met de uitleg hoe het verder moest. Hij zette alles weer neer. Met de woorden van Rijkaard erbij was dat zo'n goede tactische en mentale injectie. En het had zijn uitwerking na de rust."

Alsof het vorig jaar 1995 was, vertelt Endt tot in detail over de tweede helft. Hoe Ajax steeds meer grip kreeg op de wedstrijd, en over Van Gaal die met Nwankwo Kanu en Kluivert twee extra spitsen inbracht. De beloning volgde in de 85e minuut toen Kluivert de bal langs de Italiaanse doelman Sebastiano Rossi tikte.

"Tussen alle emoties die door me heen daverden, kwam het besef dat ik wel gewoon mijn werk moest blijven doen na het laatste fluitsignaal. Spelers moesten naar de pers en ze moesten netjes in de rij staan bij de ceremonie. Met Blind de aanvoerder als laatste. Ik ben daarom na de 1-0 meteen naar beneden gegaan richting het veld. Hopeloos nerveus heb ik de laatste minuten achter de dug-out over de sintelbaan gelopen."

'Fragmentatiebom van vreugde'

Toen de Roemeense scheidsrechter Ion Craciunescu vervolgens na bijna 94 minuten affloot, transformeerde Ajax volgens Endt tot "een fragmentatiebom van vreugde". "Dat team spatte letterlijk alle kanten op. Blijdschap, vreugde, iedereen rende ergens heen. Gegil, geschreeuw, meer dan klanken hoorde je eigenlijk niet."

"En toen zag ik ineens die man in dat groene pak weer. Juichend rende hij langs het veld. Armen omhoog en schreeuwend in het Engels dat Ajax de cup had gewonnen. Dat was meteen ook de laatste keer dat ik hem gezien heb. Die man blijft toch een beetje het mysterie van de Champions League-finale."

Ajax feestte door. Op het veld, in de kleedkamer en vervolgens tot een uur of zes in de ochtend in een zaal in een hotel in het centrum van Wenen. De volgende dag werd de selectie voor meer dan 100.000 mensen gehuldigd op het Museumplein in Amsterdam. Ook was er een boottocht door de grachten.

"Alle remmen gingen los. Het was één grote stralende bende. Maar niemand wist nog wat de diepste waarde van de winst was. Twintig jaar later weet je dat het uniek was, toen dacht je: we hebben zo'n jong team, we gaan door. We've got the whole world in our hands."

Nog een keer pakt Endt de kopie van het wedstrijdformulier erbij. "Kluivert was 18 jaar, Kanu ook. Overmars, Reiziger en Davids nog maar net 22", somt hij op.

“Als het team nog een jaar of vier bij elkaar was gebleven, hadden we nóg twee keer de finale kunnen halen ”
David Endt

Een jaar later maakte hij met die jonge jongens opnieuw een Champions League-finale mee, waarin na strafschoppen werd verloren van Juventus. Daarna druppelde het 'Gouden Ajax' langzaam weg naar buitenlandse clubs. Nooit meer kwam een Nederlands team zo ver in belangrijkste Europese bekertoernooi. Endt noemt het "spijtig".

"Ik sluit niet uit dat veel van de spelers ook nog weleens denken: we hebben veel geld verdiend in het buitenland, maar dat hadden we ook later kunnen pakken. Als het team nog een jaar of vier bij elkaar was gebleven, hadden we nóg twee keer de finale kunnen halen en ook nog een gewonnen."

"Dan had het Ajax van de jaren negentig écht zijn stempel op Europa gedrukt, zoals FC Barcelona en Real Madrid tegenwoordig in feite regeren in het internationale voetbal. Nu is dat een onbereikbaar ideaal voor Ajax. Toen had het gekund."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend

Lees meer over:
Tip de redactie