Scholen hebben een ruime keuze uit methoden die hen helpen een einde te maken aan pesten in de klas. 

De Kinderombudsman vindt het zorgelijk dat veel scholen kiezen voor een aanpak waarvan niet vaststaat dat die ook echt werkt.

Maar deze 'afgewezen' antipestprogramma's laten het er niet bij zitten.

Het is een bonte verzameling programma's waarmee scholen een halt kunnen toeroepen aan pesten. 'It's up to you' is een interactieve film die scholen en leerlingen bewustmaakt van de gevaren van cyberpesten.  

'Rots en water' is meer een weerbaarheidstraining waarbij leerlingen ook leren goed met elkaar om te gaan. 'JOIN us' noemt zichzelf een "positieve aanpak ter preventie van pesten" die de saamhorigheid in de klas moet vergroten.

Het zijn allemaal voorbeelden van antipestprogramma's die geen genade vonden in de ogen van een commissie die orde moest scheppen in het grote aanbod: wat werkt wel en wat werkt niet. De 48 afgewezen programma's kunnen niet genoeg aantonen dat ze ook echt zoden aan de dijk zetten: verminderen van het pesten op school.

Deze week deed een artikel in Trouw stof opwaaien binnen het onderwijs: veel scholen gaan door met de methodes die de commissie heeft afgewezen.

Groot aantal slachtoffers pesten

''Verbazingwekkend'',  zei commissievoorzitter Daan Wienke van het Nederlands Jeugdinstituut in de krant.

Aanvankelijk was het idee van staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) dat scholen alleen goedgekeurde programma's mochten inzetten tegen pesten, maar na protest vanuit het basis- en middelbaar onderwijs behielden scholen de vrijheid om zelf methodes te kiezen. Ze moeten dan wel laten zien dat deze vruchten afwerpen.

Hard nodig, vindt  Dekker, want de meest recente cijfers over pesten baren hem zorgen, schreef hij vorige maand aan de Tweede Kamer. 

''Een groot aantal leerlingen is op school het slachtoffer van pesterijen'', stelde de staatssecretaris op basis van nieuwe gegevens van onderzoeksinstituut ITS, dat is verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In het basisonderwijs zegt 14 procent van de kinderen gepest te worden, terwijl 4 procent toegeeft zelf (ook) te pesten.

In het voortgezet onderwijs krijgt ruim één op de tien (11 procent) leerlingen naar eigen zeggen te maken met pesterijen en erkent 7 procent zelf een pestkop te zijn. ''Het lukt scholen blijkbaar nog niet overal om pestgedrag goed aan te pakken'', concludeerde Dekker.

Geen goede aanpak

Met goede antipestprogramma's moet dat lukken, maar die zijn er volgens de commissie nog niet echt. Geen enkele van de 61 programma's die meededen aan het onderzoek, beoordeelden de onderzoekers als goed.

Wel waren er negen initiatieven die voorlopig goedgekeurd zijn: ze zijn in principe geschikt als antipestprogramma, maar moeten hun aanpak nog beter onderbouwen of laten zien dat ze ook echt werken.

Socioloog Gijs Huitsing van de Rijksuniversiteit Groningen doet onderzoek naar pesten en is inhoudelijk betrokken bij KiVa, een van de voorlopig goedgekeurde programma's, die nu nog vooral in de hoogste groepen van het basisonderwijs wordt gebruikt.

Voorkomen van pesten staat voorop. Daarbij wordt volgens Huitsing de hele groep betrokken en ook de leraren en de ouders. Bij de meeste programma's die (vooralsnog) buiten de boot vallen in de ogen van de commissie, is dit niet het geval, stelt Huitsing.

Kijken niet verder

Veel programma's proberen een probleem op te lossen dat zich op een bepaald moment voordoet, maar kijken vaak niet verder. Het gaat dan vaak om bijvoorbeeld het weerbaar maken van leerlingen.

''Aan weerbaarheidsprogramma's kun je best wat hebben'', zegt Huitsing. Maar hij waarschuwt ook voor de gevaren als het alleen daarbij blijft: ''Dat kan hartstikke schadelijk zijn. Als de groep niet verandert en een leerling na zo'n training nog geen vrienden in de groep heeft, kan die leerling ook denken: de cursus heeft niets geholpen, het zal wel aan mij liggen.''

Dat ook de KiVa-methode nog niet door de selectie kwam, schrijft Huitsing toe aan het ontbreken van een wetenschappelijke publicatie over de effecten. Maar die komt er wel aan en KiVa meldt zelf alvast op gezag van de Groningse onderzoekers dat op de scholen met deze methode pesten met de helft afneemt.

Sommige projecten die zijn afgewezen, voeren ook aan dat ze zijn overtuigd van de effectiviteit van hun werkwijze, maar dat dit nog onderbouwd moet worden.

Ze voelden zich min of meer gedwongen om zich door de commissie van Wienke te laten toetsen, omdat er destijds nog sprake van was dat goedgekeurde programma's verplicht zouden worden gesteld. Initiatieven die zich niet laten keuren, zouden dan buiten de boot vallen.

Cyberpesten

“Wat betekent dit voor de veiligheid van kinderen?”
Kinderombudsman

Joerie Nijhuis van 'It's up to you' diende daarom zijn programma tegen digitaal pesten alvast in terwijl hij nog bezig was met de verdere ontwikkeling. Zijn programma kwam niet door de keuring, omdat het zich alleen richtte op bewustwording van digitaal pesten en dus te smal was.

Maar Nijhuis voert aan dat het wel degelijk ook om gedragsverandering gaat en ook om de gevolgen van cyberpesten op het schoolplein en in de klas. Zijn project is inmiddels wel erkend als 'effectieve jeugdinterventie' door weer een andere commissie, die programma's beoordeelt die goed werken op het gebied van opvoeden en opgroeien.

Afgewezen projecten mogen dan hard werken aan het aantonen van het eigen succes, voor Kinderombudsman Marc Dullaert blijft het zorgelijk dat scholen niet kiezen voor een antipestprogramma dat de commissie-Wienke (voorlopig) heeft goedgekeurd of vooralsnog afgewezen.

''Ik ben verbaasd dat scholen niet zelf de keuze maken voor een van deze veelbelovende programma's. En ik maak me daar ook zorgen over. Wat betekent dit voor de veiligheid van kinderen?''

Hij wil daarover in gesprek met de sectororganisaties van het basis- en voortgezet onderwijs.

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend