AMSTERDAM - Griekenland heeft de afgelopen jaren tweemaal een pakket noodleningen toegezegd gekregen van Europa en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Hieronder volgt een kort overzicht van deze operaties.

In mei 2010 werd Griekenland een pakket ter waarde van 110 miljard euro toegezegd. Daarvan is 76 miljard euro daadwerkelijk uitgeleend. De Nederlandse bijdrage daaraan is 3,2 miljard euro.

In maart 2012 kreeg Griekenland een nieuw pakket toegezegd van 130 miljard euro. Dit bedrag komt uit het tijdelijke noodfonds van de eurolanden (EFSF). Nederland draagt aan dit pakket, deels via garanties aan het EFSF, in totaal 14,5 miljard euro bij.

In ruil daarvoor moet het land strenge bezuinigingen en hervormingen doorvoeren. Dat komt in de komende 2 jaar neer op 11,5 miljard euro aan bezuinigingen.

Tranches

De noodhulp wordt in delen, of tranches, overgemaakt. Voldoet Griekenland niet aan de opgelegde eisen, kan besloten worden een volgende tranche niet uit te betalen. In dat geval is een Grieks faillissement onafwendbaar.

Grieks schuldpapier (staatsobligaties) is dan niets meer waard. Met name de ECB en grote Europese banken hebben voor grote bedragen Griekse staatsobligaties in huis.

Voorwaarden

Door de verslechterde economische situatie kon Athene niet meer voldoen aan eerder gemaakte afspraken. De doelstelling om de schuld terug te dringen tot 120 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2020 was niet langer haalbaar.

In de nacht van maandag op dinsdag werd besloten de voorwaarden van de leningen aan te passen om de financiële positie van Griekenland te versterken. De looptijd van de hulpleningen wordt verlengd, terwijl de rente omlaag gaat.

Daardoor valt de opbrengst van de leningen lager uit dan eerder werd geraamd. Volgens minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) gaat dit Nederland de komende 14 jaar gemiddeld circa 70 miljoen euro per jaar kosten.