DEN HAAG - Bij het begin van de kredietcrisis zijn er vanuit De Nederlandsche Bank (DNB) te weinig signalen gegaan naar de politiek dat er problemen op komst waren.

Dat zei Onno Ruding, oud-minister van Financiën en voormalig topman van de Amerikaanse Citibank maandag bij de parlementaire enquêtecommissie financieel stelsel.

Ruding noemde de reactie van DNB richting individuele banken in 2007 ''zeer alert''. Maar de centrale bank had naar zijn smaak de politiek er scherper op moeten wijzen dat er een gevaar dreigde voor het hele financiële stelsel.

''Er waren gevaren, maar niet directe maatregelen. Of signalen naar de politiek. Zoiets van: 'dames en heren, dit gaat niet goed. We zouden het op prijs stellen als u die en die maatregelen neemt''', aldus Ruding.

Dit was volgens hem een ''minder goed geformuleerd terrein, waarop achteraf gezien alerter op gereageerd had moeten worden.''

Oud-minister van Financiën Wouter Bos heeft volgens Ruding niet afwijkend gereageerd of gehandeld ten opzichte van zijn collega's in het buitenland.

Strengere eisen

Het probleem dat overheden grote banken niet failliet kunnen laten gaan omdat de risico's dan onbeheersbaar kunnen zijn, is ''een belangrijk vraagstuk voor de hele structuur van het bankwezen en de structuur van staatssteun", stelde Ruding.

Het kleiner maken van banken hoeft niet het juiste antwoord hierop te zijn, denkt de oud-minister. Liever ziet hij dat er aan banken ''veel strengere eisen'' worden gesteld wat betreft eigen kapitaal en strenger toezicht van centrale banken.

Kapitaalinjecties

Verder zei Ruding dat overheden alleen kapitaalinjecties moeten geven aan financiële instellingen als de kans groot is dat zo'n bank als gevolg van die steun overleeft.

''Die kans moet je groot achten op grond van een objectieve analyse dat die bank dan overleeft qua solvabiliteit en liquiditeit dankzij die injectie. Als die waarschijnlijkheid niet aanwezig is, dan moet je je vijf keer bedenken of je dat als overheid wil doen.''

In Nederland is dat goed afgelopen, althans tot nu toe, stelde Ruding.