Floris van der Paauw (SGP) heeft het college vragen gesteld over het compenseren van drie vooroeverbestortingen in de Oosterschelde.

In de Oosterschelde, aan de kant van de gemeente Schouwen-Duiveland, is te fijn zeegrind gestort op drie dijkvlakken.

Het fijne zeegrind voldeed niet aan de toen nog geldende vergunning met als gevolg dat het leefgebied voor de kreeften is aangetast.

De Raad van State heeft besloten dat de toen geldende vergunning vanuit de provincie vernietigd wordt, maar er moet wel compensatie plaatsvinden voor de kreeftensector.

Opspuiten

"Er wordt gesteld dat de gedachten op dit moment uitgaan naar een compensatie door middel van het extra opspuiten van de Roggeplaat, maar dit levert geen compensatie op voor het leefgebied van de kreeften en is een bedreiging voor de percelen van de mosselvissers in de Oosterschelde", aldus Van der Paauw.

Volgens de fractievoorzitter heeft noch de kreeftensector, noch de mosselsector baat bij de compensatie, terwijl de kreeftensector wel gedupeerd is door de verkeerde vooroeverbestorting.

Bezwaren

"Kan het college aangeven waarom er gedacht wordt aan compensatie door middel van het opspuiten van de Roggeplaat? De schade die de kreeftensector en de Nederlandse Onderwatersportbond door het verkeerd gestorte zeegrind oploopt, wordt hier immers niet mee gecompenseerd."

Van der Paauw wil dan ook dat het college de bezwaren, die bij beide sectoren leven, onder de aandacht brengt van de Provincie Zeeland en Rijkswaterstaat.