Overlevenden, nabestaanden en belangstellenden kwamen woensdagochtend samen naast het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk om de watersnoodramp te herdenken.

Voor het watersnoodmonument werden een zestal kransen geplaatst, onder andere door vrijwilligers van het Watersnoodmuseum, de burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland en gedeputeerden van de provincie Zeeland Han Polman en Ben de Reu.

Elf scholieren uit Ouwerkerk mochten daarnaast een bloem leggen om 64 jaar na de ramp de slachtoffers te herdenken. 

Speech

Burgemeester Gerard Rabelink stond stil bij de slachtoffers die in de nacht van 31 januari op 1 februari werden overdonderd door het geweld van het water.

"Schouwen-Duiveland en haar inwoners zijn in die nacht het zwaarst getroffen. 64 jaar geleden leek de tijd stil te staan en vandaag herdenken we eenieder die door de ramp om het leven is gekomen." Volgens de burgemeester is de ramp voor veel mensen bepalend geweest tot aan de dag van vandaag.

Rabelink stelde dat de strijd met het water een wereldwijd en alledaags probleem is, maar hoopt dat die strijd nooit meer verloren hoeft te worden.

Herdenken

Kinderburgemeester Juliëtte van de Giessen herinnerde de mensen eraan dat dit een stukje geschiedenis is van Schouwen-Duiveland dat niemand zou moeten vergeten.

"Er zijn steeds minder mensen die de ramp hebben meegemaakt, daarom is het belangrijk om dit te herdenken."

Na afloop van de ceremonie konden de aanwezigen napraten en een kijkje nemen in het Watersnoodmuseum.