De hulpdiensten rukten maandagochtend massaal uit nadat de eerste melding over een schietpartij in een tram in Utrecht binnenkwam. Of de dader een terroristisch motief had, is niet duidelijk. Maar voor de hulpdiensten lijkt dat in zo'n situatie weinig uit te maken. Een verhaal over hoe de hulpdiensten maandag te werk gingen.

Als maandagochtend bij de meldkamer van de politie de eerste melding over een schietpartij in Utrecht binnenkomt, wordt direct geschakeld met de meldkamers van de ambulance. De meldkamers - ook die van de brandweer - zitten in hetzelfde gebouw en dus zijn de lijntjes kort. Daarnaast wordt ook de meldkamer van het Utrechtse openbaarvervoersbedrijf U-OV ingeschakeld.

Zodra blijkt dat de dader voortvluchtig is, wordt ook de meldkamer van de Landelijke Eenheid van de politie op de hoogte gesteld. De Landelijke Eenheid schakelt een arrestatieteam (AT) in. Dat team kan snel ter plaatse zijn, omdat het in de buurt van Utrecht is gestationeerd.

"Zo'n arrestatieteam kan meer collega's uit het land erbij halen als dat nodig is", zegt Jaap Timmer, politiesocioloog van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Die collega's zijn afkomstig van de Dienst Speciale Interventies (DSI). De DSI heeft altijd, 24 uur per dag, meerdere teams klaarstaan. Die teams bestaan uit speciaal opgeleide agenten, marechaussees en mariniers. Al snel krijgt de DSI inderdaad het verzoek om de zwaarbewapende leden te sturen.

Tientallen DSI'ers in Utrecht

De DSI bestaat volgens Timmer uit drie operationele afdelingen: de Afdeling Interventie, de Afdeling Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT) en de Unit Expertise en Operationele Ondersteuning (UE&OO). Een DSI-team bestaat uit ongeveer tien mensen en kan opgeschaald worden.

"Ik denk dat er maandag tientallen DSI'ers in Utrecht hebben rondgelopen en daarnaast waren ze ook buiten de stad op strategische plekken aanwezig", zegt hij. "Als het echt grootschalig misgaat, dan kunnen er binnen een paar uur tweehonderd tot driehonderd leden van de DSI aanwezig zijn."

De leden van de DSI zijn als het nodig is onherkenbaar gekleed en dragen grijze vesten en zwarte helmen of gezichtsbedekkende kleding. Ze hebben volgens Timmer de beschikking over de zwaarst mogelijke wapens en de nieuwste technische snufjes. Denk aan precisieschutters, helikopters, automatische wapens, gepantserde auto's en drones. "Voor de DSI is er eigenlijk geen 'nee' te koop. Je zou de vraag kunnen stellen: waar beschikken ze niet over?"

Verdachte 's avonds aangehouden

Als de tientallen leden van de Dienst Speciale Interventies al enige uren in en om Utrecht verblijven, slagen de inlichtingendiensten erin de verdachte te traceren en uiteindelijk aan het begin van de avond ook aan te houden.

Volgens Timmer is het al vaker gebeurd dat de DSI in actie moest komen voor het arresteren van mensen die mogelijk vanuit terroristisch oogpunt handelden. "Denk aan de aanhouding in Arnhem en Weert van zeven verdachten van terrorisme in september of aan de aanhoudingen op het station van Zwolle in januari. Intussen weten de DSI-leden wel hoe het werkt."

Timmer denkt dat het voor de DSI ook niet uitmaakt of het wel of niet om terrorisme gaat. Ze doen volgens hem waar de situatie op dat moment om vraagt. "In Utrecht zijn ze op zoek gegaan naar degene die mensen heeft gedood met een wapen en waar een geur van terrorisme aan zit. Door die kans op terrorisme bestond het risico dat de verdachte bereid was te sterven en anderen in zijn dood mee te nemen. Dan geeft de DSI extra gas en zet de dienst zich nog meer in om diegene te vinden en te arresteren."

“Intussen weten de DSI-leden wel hoe het werkt.”
Jaap Timmer, politiesocioloog VU

UMC opent calamiteitenhospitaal

Kort nadat een man in een tram in Utrecht om zich heen had geschoten, wordt ook een van de trauma-artsen van het UMC Utrecht door de politie ervan op de hoogte gesteld dat er sprake is van een schietincident. Hoeveel slachtoffers er zijn en wat de omvang van het incident is, weet dan nog niemand.

Met de kennis die de ingeschakelde trauma-arts op dat moment over het incident heeft, besluit hij of de slachtoffers op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis kunnen worden binnengebracht of dat het calamiteitenhospitaal moet worden opengesteld. Dat aparte deel van het ziekenhuis wordt niet alleen geopend bij eventuele terroristische aanslagen, maar ook bij andere grote incidenten.

"Afgelopen zomer was dat bijvoorbeeld het geval bij een brand in een bejaardentehuis in Breukelen. Het was toen onduidelijk hoeveel mensen rook in hadden geademd en dus is toen ook het calamiteitenhospitaal geopend", zegt Eric Trinthamer, woordvoerder van het UMC Utrecht. "Gelukkig gebeurt het niet vaak dat het hospitaal open moet."

Ambulances brachten de slachtoffers naar het calamiteitenhospitaal in Utrecht. (Foto: ANP)

Binnen half uur worden slachtoffers binnengebracht

Voordat de trauma-arts besluit dat de slachtoffers van de schietpartij in het calamiteitenhospitaal kunnen worden opgevangen, belt hij eerst een lid van de raad van bestuur van het UMC. Die hoort de argumenten voor het openstellen van het hospitaal van de trauma-arts aan en gaat vervolgens akkoord. Het is dan een uur na de schietpartij.

Binnen een half uur nadat dat akkoord is gegeven, worden de eerste slachtoffers het hospitaal binnengebracht. In de tussentijd zijn verplegers, artsen en chirurgen vanaf andere afdelingen binnen het UMC opgeroepen om hulp te bieden aan de slachtoffers in het calamiteitenhospitaal. Ook ruim twintig speciaal getrainde vrijwilligers van het Rode Kruis komen naar het hospitaal.

De binnengebrachte gewonden worden direct geholpen. Het doel is om ze zo snel mogelijk door te verwijzen naar een andere afdeling in het ziekenhuis, zodat er ruimte vrijkomt voor mogelijke andere slachtoffers. In het calamiteitenhospitaal staan in totaal tweehonderd bedden.

Kort na 19.00 uur is het calamiteitenhospitaal weer leeg en wordt het dus gesloten. Net als voor de Dienst Speciale Interventies maakt het voor zo'n hospitaal niet uit of het om een terroristische aanslag gaat of niet, stelt UMC-woordvoerder Trinthamer. "De opvang van slachtoffers en die de juiste behandeling geven, is het belangrijkst. De reden van een incident is voor het verlenen van hulp totaal niet relevant."