Olympisch schaatskampioene Stien Kaiser is in de nacht van woensdag op donderdag overleden. De Zuid-Hollandse, die wordt beschouwd als een pionier in het vrouwenschaatsen, is 84 jaar geworden.

Kaiser beleefde aan het einde van de jaren zestig en aan het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw haar hoogtijdagen. In 1967 werd ze als eerste Nederlandse vrouwelijke schaatser wereldkampioen allround, waarna ze uitgeroepen werd tot Sportvrouw van het Jaar.

Vijf jaar later beleefde Kaiser op 33-jarige leeftijd haar hoogtepunt met olympisch goud op de 3.000 meter in het Japanse Sapporo. Ze pakte daar ook zilver op de 1.500 meter. Vier jaar eerder had ze in Grenoble op beide afstanden olympisch brons veroverd.

"Dit is een groot verlies voor de schaatssport in Nederland", aldus directeur-bestuurder Herman de Haan van schaatsbond KNSB. "Stien is een icoon van het vrouwenschaatsen die de emancipatie van vrouwen in de sport heeft bevorderd door haar prestaties en door wie ze was."

Slideshow: Foto's uit de carrière van Stien Kaiser

Kaiser werd tegengewerkt door KNSB

Kaiser moest begin jaren zestig een flinke strijd voeren met de schaatsbond om überhaupt te kunnen rijden. In 1964 werd ze door de bestuurders van de bond gepasseerd voor de Olympische Spelen van Innsbruck omdat ze net als Carry Geijssen te oud zou zijn. Kaiser was op dat moment 25 jaar.

Volgens de bestuurders was dat een leeftijd voor vrouwen om huisvrouw te worden. De 22-jarige Willy de Beer mocht wel naar de Spelen. In die tijd werd schaatsen nog als een typische mannensport gezien. Vrouwen deden destijds vooral aan kunstrijden, zoals Sjoukje Dijkstra, de eerste Nederlandse olympisch kampioene (1964).

Uiteindelijk zette Kaiser door en reeg ze de medailles aaneen: ze pakte vier plakken op de Olympische Spelen, won twee wereldtitels en werd zes keer Nederlands kampioene allround. Ze leed al langer aan longfibrose, een zeldzame en ernstige longziekte.