Met de slotdag van de WK afstanden in Heerenveen kwam er zondag een einde aan een uniek schaatsseizoen. Vijf conclusies uit het afgelopen seizoen, minder dan een jaar voor de Olympische Winterspelen van Peking.

1. Veel verrassingen en weinig houvast

"Het was gewoon een raar seizoen, man", zei Kjeld Nuis, en dat is eigenlijk de beste samenvatting van allemaal. Het coronavirus heeft alles veranderd, en dus ook de schaatswinter. Een bloemlezing:

  • Miho Takagi reed met afstand de snelste 1.000 (1.13,21) en 1.500 meter van de week (1.52,78), maar ze werd geen wereldkampioen. De Japanse ploeg besloot net als de Chinezen en de Zuid-Koreanen om niet naar Europa af te reizen. Daardoor schaatste Takagi haar tijd op een 'schaduw-WK' in Nagano, ruim 9.000 kilometer ten oosten van Heerenveen.
  • Laurent Dubreuil had tot zijn aankomst in Nederland half januari precies achttien dagen op het ijs gestaan sinds het einde van vorig seizoen. Vrijdag pakte hij op de 500 meter de eerste wereldtitel uit zijn loopbaan.
  • Vijfvoudig wereldkampioene Ireen Wüst werd zondag vijfde op de 1.500 meter en greep pas voor de derde keer in twaalf pogingen naast het WK-podium van haar favoriete afstand. "Ik ben altijd goed op een WK. En nu voor het eerst in mijn carrière niet", zei de 34-jarige Brabantse.

Onder deze unieke omstandigheden is het maar de vraag hoeveel voorspellende waarde de resultaten in Thialf hebben voor de Olympische Winterspelen van Peking (4-20 februari 2022). "Ik hoop vooral dat het volgend seizoen weer een normale winter wordt", aldus Wüst.

Ireen Wüst beleefde misschien wel haar slechtste WK.

Ireen Wüst beleefde misschien wel haar slechtste WK.
Ireen Wüst beleefde misschien wel haar slechtste WK.
Foto: ANP

2. Nederland domineert weer, maar is geen alleenheerser

Ja, Nederland is nog steeds met afstand het beste schaatsland. Nee, de andere landen doen niet voor spek en bonen mee.

Door Kai Verbij (1.000 meter), Thomas Krol (1.500 meter), Antoinette de Jong (3.000 meter), Irene Schouten (5.000 meter), Marijke Groenewoud (massastart) en beide teams op de ploegenachtervolging kwam Nederland net als vorig jaar bij de WK in Salt Lake City uit op zeven keer goud. De Verenigde Staten (twee keer goud en één keer zilver) en Zweden (twee keer goud) eindigden op gepaste afstand als tweede en derde in de medaillespiegel.

Maar toch: de Zweed Nils van der Poel toonde zich de beste stayer, de Russische topsprinter Pavel Kulizhnikov won ondanks een slechte voorbereiding twee keer zilver, de pas twintigjarige Noorse Ragne Wiklund pakte de titel op de 1.500 meter en routiniers Brittany Bowe (goud op 1.000 meter) en Joey Mantia (goud op de massastart) gaven de VS weer hoop op olympisch succes. "We mogen niet op onze lauweren rusten", waarschuwde Wüst.

Irene Schouten zorgde op de 5 kilometer voor de zevende en laatste wereldtitel voor Nederland.

Irene Schouten zorgde op de 5 kilometer voor de zevende en laatste wereldtitel voor Nederland.
Irene Schouten zorgde op de 5 kilometer voor de zevende en laatste wereldtitel voor Nederland.
Foto: Pro Shots

3. De schaatsbubbel was een succes

"Het zal even een zwart gat worden. Ik ga de bubbel missen", zei Krol zondag, vlak voordat hij na vijf weken weer naar huis mocht.

Het lijkt al lang geleden, maar aan het begin van het schaatsseizoen was het zeer twijfelachtig of er überhaupt internationale wedstrijden zouden worden gereden dit seizoen.

Nadat de regels bij de eerste nationale wedstrijden in Thialf veilig genoeg bleken, gaf de internationale schaatsunie haar fiat voor een EK, twee World Cups en een WK in Heerenveen. Vijf weken lang was er een bubbel en vijf weken lang was er geen enkele coronabesmetting. "We zijn allemaal heel blij dat de wedstrijden door konden gaan", aldus Krol.

Thomas Krol sloot de schaatsbubbel af met goud op de 1.500 meter.

Thomas Krol sloot de schaatsbubbel af met goud op de 1.500 meter.
Thomas Krol sloot de schaatsbubbel af met goud op de 1.500 meter.
Foto: Pro Shots

4. Domineren is ontzettend moeilijk, vraag dat maar aan Patrick Roest

Ervaringsdeskundige Sven Kramer kwam twee dagen voor de start van de WK al met een waarschuwing. "Ik heb jarenlang gedomineerd en weet hoe moeilijk het is", zei de dertigvoudig wereldkampioen en elfvoudig Europees kampioen. "Het is niet vanzelfsprekend om elke wedstrijd maar weer hard te schaatsen."

Kramer had het over zijn ploeggenoot Patrick Roest, zonder twijfel de succesvolste schaatser van de afgelopen twee jaar. De 25-jarige Nederlander maakte dit seizoen veel indruk, maar bij de WK afstanden ging het voor het derde jaar op rij mis.

Op de ploegenachtervolging won Roest nog wel de eerste gouden medaille uit zijn carrière bij de mondiale afstandskampioenschappen en ook op de 5 kilometer (zilver) en de 1.500 meter (brons) stond hij op het podium, maar dat telde amper na zo'n dominante winter.

"De benen willen op dit moment gewoon niet", verzuchtte Roest zondag na zijn lijdensweg op de 10 kilometer (zevende). "Ik heb misschien goud, zilver en brons, maar dat maakt mijn toernooi zeker niet goed."

Patrick Roest baalt ontzettend na de 5 kilometer.

Patrick Roest baalt ontzettend na de 5 kilometer.
Patrick Roest baalt ontzettend na de 5 kilometer.
Foto: Pro Shots

5. Van der Poel zal nooit meer de underdog zijn

Tijdens de warming-up voor zijn 10 kilometer dacht Nils van der Poel opeens: dit wordt de eerste race waarbij mensen verwachten dat ik win. "Dat was een vrij oncomfortabel gevoel", lachte de 24-jarige Zweed, nadat hij een fenomenaal wereldrecord had geschaatst.

Van der Poel is zonder twijfel de revelatie van het schaatsseizoen. De man die half januari bij het EK allround zijn eerste wedstrijd reed sinds maart 2018, won in Thialf goud op de 5 en 10 kilometer en was zondag de enige rijder met twee individuele wereldtitels achter zijn naam.

Bijna even opvallend als zijn prestaties zijn Van der Poels trainingsmethodes en zijn soms haast filosofische interviews. "Nils doet het niet op de traditionele manier", zei zijn coach Joel Eriksson, en dat zal niet veranderen nu hij tweevoudig wereldkampioen is.