Geen fans, geen wereldbekertickets en geen official die je medaille omhangt op het podium; de eerste wedstrijddag van de winter voelde vreemd. Maar voor de schaatsers was het een overwinning dat de NK afstanden vrijdag gewoon van start kon gaan in coronatijd.

Iedere keer als Jorien ter Mors de op afstand bestuurbare camera van de NOS langs zag rijden op het middenterrein van Thialf, kon ze het niet laten om even te zwaaien. "Normaal zwaai je naar de fans op de tribune, maar dat zat er niet in. Dus dacht ik: dit is de enige manier om het publiek er toch nog een beetje bij te betrekken", zei de winnares van de 1.500 meter.

De lege tribunes in het bij alle schaatsers meest geliefde stadion ter wereld was de grootste verandering bij het eerste grote toernooi van het seizoen. Ter Mors: "De sfeer is wat schaatsen in Nederland altijd zo bijzonder maakt. Normaal gaat het stadion helemaal uit zijn dak als je gewonnen hebt. Nu was het meer: oh, ik heb goud."

En die gouden medaille moesten de winnaars ook nog bij zichzelf omdoen. Om de schaatsers zo min mogelijk contact te laten hebben met mensen van buiten de 'bubbel', hingen de medailles om drie beeldjes die voor het podium waren neergezet. "En die moesten we zelf pakken", aldus Patrick Roest, de winnaar van de 5 kilometer. "Het hoort bij een podiumceremonie dat iemand die medaille bij jou omhangt. Dat is een mooier beeld, een beter gevoel, maar iedereen begrijpt dat dat nu even niet meer kan."

Die medailles zijn ook het enige wat er op het spel staat dit weekend in Heerenveen. Omdat de vier wereldbekers in november en december zijn afgelast, is de NK dit seizoen geen kwalificatiemoment voor internationale toernooien.

"De wedstrijd voelde een beetje als de hal: leeg", zei Dai Dai N'tab, die voor de vierde keer in zijn carrière goud won op de 500 meter. "Natuurlijk wilde ik heel graag mijn nationale titel prolongeren, maar toch vond ik het lastig dat er geen World Cup-tickets waren om voor te strijden. Het was een beetje als een trainingswedstrijd, dan is er ook geen publiek. Het is niet anders, uiteindelijk is het voor iedereen in het Nederlandse schaatsen goed dat we hier mogen rijden."

Het podium van de 5 kilometer, met Sven Kramer, Patrick Roest en Marcel Bosker. (Foto: ANP)

Kramer: 'We willen dat schaatsen overeind blijft'

Sven Kramer was vrijdagochtend "oprecht trots" toen hij Thialf binnenliep. De man die zestien jaar geleden debuteerde op een NK en in de jaren daarna uitgroeide tot hét gezicht van het (Nederlandse) schaatsen, weet als geen ander dat de verschillende partijen in zijn sport - schaatsers, teams, de KNSB, sponsoren - regelmatig recht tegenover elkaar staan.

"We knokken elkaar in het Nederlandse schaatsen vaak de tent uit, soms tot vervelens aan toe", zegt de 34-jarige Fries, die vrijdag achter Roest tweede werd op de 5 kilometer. "Maar het is ook mooi om te zien dat er nu een bepaalde saamhorigheid is, waarbij iedereen naar het grotere plaatje kijkt."

Vanzelfsprekend heeft Kramer de afgelopen maanden met zijn status een significante rol gespeeld in het organiseren van een alternatieve 'coronakalender'. "Uiteindelijk hebben we allemaal hetzelfde belang: we willen dat er geschaatst wordt en dat de sport overeind blijft", benadrukt hij.

"Natuurlijk niet ten koste van de gezondheid van mensen, absoluut niet. Maar tot nu toe vind ik dat het binnen die kaders heel goed gaat. Ik ben heel blij met hoe strak alles georganiseerd is en dat schaatsen een van de weinige sporten is die wel doorgaat."

De NK afstanden gaat zaterdag vanaf 13.05 uur verder met de 500 en 3.000 meter voor vrouwen en de 1.500 meter voor mannen.