Jorien ter Mors heeft vrijdag voor de vierde keer in haar carrière de Nederlandse titel op de 1.500 meter veroverd. Achtvoudig kampioene Ireen Wüst werd vierde en staat voor het eerst sinds 2004 niet op het podium van de schaatsmijl.

De dertigjarige Ter Mors had het lastig in de slotronde, maar ze hield met een tijd van 1.55,50 voldoende over om haar tegenstander Antoinette de Jong voor te blijven. De Friezin pakte het zilver in 1.55,98.

Titelverdedigster Melissa Wijfje, die vorig seizoen verraste door voor het eerst de NK-titel op de 1.500 meter te pakken, moest in 1.56,66 genoegen nemen met het brons.

Wüst klokte 1.56,72 en kwam 6 honderdsten tekort voor een podiumplaats. De 34-jarige Brabantse, die sinds dit jaar voor Team Reggeborgh rijdt, haalde de afgelopen vijftien jaar steevast een medaille op de 1.500 meter bij de NK afstanden. Na acht keer goud, zes keer zilver en één keer brons was het nu net als in 2004 een vierde plek.

Jorien ter Mors tijdens haar gouden race. (Foto: ANP)

Ter Mors is eindelijk pijnvrij

Ter Mors, die in 2013, 2015 en 2017 ook Nederlands kampioene werd op de 1.500 meter, is voor het eerst in jaren pijnvrij begonnen aan een seizoen. De olympisch kampioene op de 1.500 meter van 2014 en de regerend olympisch kampioene op de 1.000 meter had de afgelopen jaren veel last van haar rechterknie, het gewricht waar ze in 2018 aan werd geopereerd.

De NK afstanden is het begin van het door de coronapandemie flink aangepaste schaatsseizoen. Het toernooi in een leeg Thialf duurt tot en met zondag.

De eerste vier wereldbekers van de winter, die gepland stonden voor november en december, zijn geschrapt, waardoor de NK geen kwalificatiemoment is en er alleen titels te verdienen zijn.