Ireen Wüst heeft vrijdag op de openingsdag van de EK afstanden een van de weinige gaten op haar erelijst opgevuld. De 33-jarige schaatsster won in Heerenveen de 1.500 meter en pakte zo haar eerste Europese afstandstitel.

Wüst, de regerend olympisch kampioene op de 1.500 meter, noteerde in Thialf een tijd van 1.54,87. Daarmee troefde ze het Russische duo Jevgenia Lalenkova (zilver in 1.55,22) en Yekaterina Shikhova (brons in 1.55,31) af.

Melissa Wijfje, die twee weken geleden verrassend Nederlands kampioene werd op de schaatsmijl, kwam 0,11 seconden tekort voor een medaille. Ze eindigde in 1.55,42 als vierde. Joy Beune klokte met 1.56,41 de zevende tijd.

Wüst won in haar lange carrière al vijf olympische titels, zes wereldtitels allround, dertien titels bij WK afstanden en vijf Europese titels allround, maar goud bij de EK afstanden ontbrak nog op haar erelijst.

De Brabantse deed in januari 2018, amper een maand voor de Olympische Spelen van Pyeongchang, niet mee aan de eerste Europese afstandskampioenschappen in de schaatshistorie.

Twee jaar geleden ging de Europese titel naar Lotte van Beek, maar zij werd twee weken geleden slechts dertiende bij de NK afstanden en mocht haar titel niet verdedigen. Jorien ter Mors, de snelste Nederlandse dit seizoen op de 1.500 meter, wist zich bij de NK ook niet in de top drie te schaatsen.

Het podium bij de 1.500 meter. (Foto: Pro Shots)

Zilver vrouwen op teamsprint

Op de teamsprint werd het zilver voor de Nederlandse vrouwen. Wüst, Letitia de Jong en Femke Kok waren niet opgewassen tegen Rusland, dat twee jaar geleden ook de Europese titel pakte.

Nederland noteerde een tijd van 1.26,61 en was bijna een halve seconde langzamer dan de Russinnen Angelina Golikova, Olga Fatkoelina en Daria Kachanova (1.26,17).

Het brons ging naar Polen, dat 1.28,25 op het bord zette. Er deden in totaal maar vier landen mee aan de teamsprint bij de vrouwen. Wit-Rusland eindigde in 1.30,68 als laatste.