Sjinkie Knegt schat dat hij op 70 procent van zijn top zit en daarmee is hij verder dan iedereen had verwacht, ruim negen maanden na het ongeluk waarbij hij ernstige brandwonden opliep. De dertigjarige shorttracker gelooft er heilig in dat hij weer terug kan keren op zijn oude niveau, al zal hij voorlopig nog geen wedstrijden rijden.

Semen Elistratov schrok toen hij in juni bij een trainingskamp met de Nederlandse shorttrackploeg in Font Romeu voor het eerst de derdegraads brandwonden op de benen van zijn concurrent Knegt zag. "Ik zou het niet begrijpen als dit ooit weer goedkomt", stamelde de Russische wereldtopper.

De sporen van het ongeluk begin januari met de houtkachel in zijn woning in Bantega zijn ook nu nog zichtbaar bij Knegt, maar de Fries lijkt op het trainingsijs van Thialf toch al weer veel op de schaatser die dit decennium uitgroeide tot een van de beste shorttrackers ter wereld.

"Hoe hij schaatst, zijn techniek; dat is nog steeds Sjinkie. Alleen heeft hij iets minder kracht", zegt teamgenoot en maatje Suzanne Schulting. "Maar hij is nog steeds een heel goede schaatser en dat blijft gaaf om te zien. Ik denk dat hij er heel goed voorstaat en dat niemand verwacht had dat hij nu alweer zo goed zou zijn."

Knegt beseft zelf het beste dat hij net zo goed nooit meer op het ijs had kunnen staan. "Ik ben blij dat ik gewoon weer kan schaatsen. Toen ik in het ziekenhuis lag, leek dat natuurlijk ver weg", zegt de wereldkampioen van 2015. "En ik ben ook ontzettend blij met hoe het momenteel gaat. Ik zie het positief in."

'Twijfel er niet aan dat het goed zal komen'

De persoon Knegt is in ieder geval niet veranderd. Op de vraag hoe ellendig zijn zeven weken in het ziekenhuis waren, antwoordt hij: "Het was zeker geen pretje. Ik raad het niet aan, laten we het daarop houden." En ook de vraag of de kachel al een keer is aangestoken sinds het ongeluk, zorgt voor een glimlach: "Nee, maar daar was het ook het weer niet voor, hè. De barbecue heb ik wel aangemaakt. Keurig met aanmaakblokjes."

Bondscoach Jeroen Otter noemt de positieve instelling van Knegt een van diens belangrijkste kwaliteiten. "Als hij die karaktereigenschap niet had, dan had hij in januari gezegd: 'tabee, het is wel mooi zo.'"

Stoppen was nooit een optie voor de drievoudig Europees kampioen, zeker niet toen zijn artsen hem al vrij snel vertelden dat hij in principe gewoon weer op topniveau zou moeten kunnen schaatsen.

"Olympisch goud is nog steeds een droom", aldus de winnaar van brons op de 1.000 meter in Sotsji (2014) en zilver op de 1.500 meter in Pyeongchang (2018). "En ik geloof ook dat ik nog steeds beter kan zijn dan de andere jongens. Ik twijfel er niet aan dat het goed zal komen. Zeker als ik kijk naar hoe ik nu schaats. Technisch gaat het gewoon goed, dat ben ik niet verleerd. Ik moet alleen fysiek nog veel beter worden."

'Geen kwestie van móéten dit seizoen'

Een van de grootste kwaliteiten van de shorttracker Knegt was altijd dat hij "herstelde als een gek" tijdens trainingen en wedstrijden. "Ik kon blijven gaan. Dat is nu niet meer het geval, ik merk dat ik niet goed herstel van inspanningen. Dat komt ook doordat er zoveel energie naar mijn benen gaat om daar de huid te herstellen. Ook als ik thuis ben, is mijn lichaam nog steeds volle bak bezig."

Die beperking zorgt ervoor dat Knegt het komende seizoen ziet als een opbouwjaar, een opstapje naar weer een volledige winter 2020/2021. En dus zal de kopman van het Nederlandse shorttrack komend weekend niet op het ijs staan bij de Invitation Cup in Heerenveen, een kwalificatiewedstrijd voor de eerste vier wereldbekers van het seizoen.

"Ik zou best voor spek en bonen de Invitation Cup kunnen rijden, maar daar heb ik helemaal geen zin in", aldus Knegt. "Toen ik goed was, had ik al een hekel aan de Invitation Cup, laat staan als ik helemaal niet goed ben. Ik wil er eerst weer echt toe doen voordat ik weer aan een wedstrijd begin."

De Sportman van het Jaar in 2015 hoopt ergens in de komende winter nog wel een internationale wedstrijd te schaatsen. "En dan is het niet heel moeilijk om in te koppen welke wedstrijd dat zou zijn: de wereldbekerfinale in Dordrecht (14-16 februari, red.)", stelt Otter. "Maar we kunnen hem niet in Dordrecht aan de start laten staan en hem door het ijs laten zakken. Hij moet wel een bepaalde kwaliteit hebben."

Knegt: "Het is geen kwestie van móéten dit seizoen. Maar het zou mooi zijn als ik deze winter één keer een wedstrijd op niveau kan rijden, want dan ga ik lekker de zomer in en kan ik er volgend seizoen weer vol voor gaan."

Shorttrack 2019/2020

  • 1-3 november: Wereldbeker 1 Salt Lake City
  • 8-10 november: Wereldbeker 2 Montreal
  • 29 november-1 december: Wereldbeker 3 Nagoya
  • 6-8 december: Wereldbeker 4 Sjanghai
  • 24-26 januari: EK in Debrecen
  • 7-9 februari: Wereldbeker 5 Dresden
  • 14-16 februari: Wereldbekerfinale Dordrecht
  • 13-15 maart: WK in Seoel