Sjinkie Knegt hoopt na zijn dramatische ongeluk met een houtkachel komend seizoen weer op de schaatsen te staan. De shorttracker heeft woensdag het Brandwondencentrum mogen verlaten, nadat hij begin januari ernstige brandwonden opliep.

Knegt doet zeven weken na het ongeval voor het eerst zijn verhaal tegenover de NOS. Op de beelden is te zien dat de shorttracker nog altijd een aantal rode plekken op zijn gezicht en armen heeft. Die moeten de komende weken helen.

Bij het ongeval viel een brandend houtblok uit de kachel op een fles thinner, die Knegt had gehaald om het vuur wat aan te wakkeren. Dat leidde tot een explosie, waardoor de voorkant van het lijf van Knegt vlam vatte.

"Ik stond vanaf mijn voorhoofd tot aan mijn tenen in brand. En mijn handen ook, omdat ik het vuur uitsloeg", zegt Knegt. "En mijn baard was weggebrand, maar dat was ook mijn redding. Daaronder had ik geen brandwonden."

Het herstel van de tweevoudig olympisch medaillewinnaar gaat voorspoedig, ook al moest hij een huidtransplantatie aan beide benen ondergaan. "De wonden genezen prima. Alles loopt volgens verwachting."

'Hoop komend seizoen weer te schaatsen'

Knegt is inmiddels voorzichtig aan het trainen. Zo heeft hij kunnen fietsen en roeien, maar op de schaatsen heeft hij nog niet gestaan. Mogelijk kan dat over een week of zes, aangezien hij van de artsen tegen die tijd met speciale kleding alles weer zou moeten kunnen doen.

Zelf wil hij uiteraard zo snel mogelijk op het ijs terugkeren. "Ik hoop aankomend seizoen weer te kunnen schaatsen. Hoe goed ik dan ben, is afwachten. Ik denk dat het realistisch is. Iedereen zegt dat het kan, dus waarom niet?"

De komende tijd geeft de 'Schicht uit Bantega' geen interviews meer. "Ik zal de komende tijd al mijn energie nodig hebben om weer de oude Sjinkie te worden. Meer interviews geef ik daarom voorlopig niet", zegt hij in een persbericht van de schaatsbond. "Ik wil dat jullie me snel weer terugzien op het ijs."