Kai Verbij is meestal zeer ingetogen, maar zaterdagmiddag na zijn zege op de 1.000 meter bij de WK afstanden in Inzell was de ontlading groot.

"Dit is een jongensdroom die uitkomt", aldus de 24-jarige Verbij over zijn eerste wereldtitel op een afstand. "Ik weet inmiddels dat je moet pakken wat je pakken kan. Het is echt een heel karwei om wereldkampioen te worden, het niveau is zo hoog. Daarom ben ik heel blij dat het vandaag gelukt is."

De schaatser van Team Reggeborgh noteerde in de voorlaatste rit in de Max Aicher Arena een fraai baanrecord van 1.07,39. Vervolgens zag hij dat titelverdediger en regerend olympisch kampioen Kjeld Nuis (1.07,81) niet verder kwam dan de derde tijd, nog achter Thomas Krol (1.07,67).

Dat Verbij juist zijn Nederlandse concurrenten van de concurrerende ploeg Jumbo-Visma versloeg, maakte zijn overwinning nog wat mooier.

"Jumbo-Visma is heel sterk, het was een lichte frustratie dat ik heel vaak van hen verloor op de 1.000 meter", gaf de regerend Europees kampioen sprint toe. "Ik kom misschien een beetje emotieloos over, maar kan gewoon heel slecht tegen mijn verlies. Het voelde een beetje alsof het één tegen de rest was en dan is het heel fijn om vandaag van Kjeld en Thomas te winnen."

De concurrentiestrijd met de sprinters uit de ploeg van Jac Orie zorgde dit seizoen voor meer scherpte bij Verbij. "Dat is niet altijd fijn, want het brengt veel stress met zich mee. Maar ik weet nu wel dat ik elke training scherp moet zijn als ik de concurrentie wil verslaan."

'Spelen waren obsessie geworden'

Verbij leek vorig seizoen ook op weg naar een succesvolle Olympische Spelen, totdat hij eind december een liesblessure opliep. Hij startte nog wel in Zuid-Korea, maar werd 'slechts' zesde op de 1.000 meter.

"De les van vorig seizoen is dat de Spelen een lichte obsessie waren geworden voor mij", aldus Verbij. "Ik vind het spijtig dat ik de andere titels die ik daarvoor heb gewonnen, niet heel serieus heb genomen. Daarom ben ik nu heel blij met alles wat ik win."

Zo was de ontlading twee jaar geleden toen Verbij wereldkampioen sprint werd een stuk minder groot dan zaterdag. "Ik leefde toen heel anders naar dat toernooi toe. Ik was gericht op de Spelen en niet echt bezig met winnen. Nu was ik dat wel. Dat maakt het spannender, maar ook extra fijn als je wint."

Het podium op de 1.000 meter, met van links naar rechts Thomas Krol, Kai Verbij en Kjeld Nuis. (Foto: ANP)

Krol ziet zilver als bevestiging

Krol zag zijn zilveren medaille vooral als een bevestiging van de progressie die hij in zijn eerste seizoen onder coach Orie heeft geboekt. De 26-jarige schaatser won dit seizoen voor het eerst een World Cup-wedstrijd en was ook zaterdag dicht bij goud.

"Ik reed een supergoede rit, daar ben ik nog steeds heel blij mee", aldus Krol. "Maar na de rit van Kai was er wel even de teleurstelling dat ik geen wereldkampioen zou worden. Achteraf denk ik dat er vandaag niet veel meer inzat dan dit en dat ik blij moet zijn met zilver."

Krol is al jaren zeer goed bevriend met Verbij en dus sprongen de twee oud-ploeggenoten na de wedstrijd bij elkaar in de armen. "Het is mooi om dit samen te beleven", glimlachte de winnaar van het zilver. "Maar ik was natuurlijk het liefst zelf wereldkampioen geworden."