Kai Verbij heeft zaterdag in Inzell de wereldtitel op de 1.000 meter gepakt. Hij troefde Thomas Krol en regerend kampioen Kjeld Nuis af, die goed waren voor zilver en brons.

Olympisch kampioen Nuis was de grote favoriet in de Max Aicher Arena, maar kwam in de slotrit niet aan de tijden die Verbij en Krol hadden geklokt.

Krol kwam in de tiende rit als eerste Nederlander in actie en legde de lat met een baanrecord van 1.07,66 hoog voor de concurrentie. Verbij dook daar met 1.07,39 direct onderdoor.

In de slotrit trof Nuis zijn rivaal Pavel Kulizhnikov, maar met 1.07,81 kon hij niet tippen aan de tijden van zijn landgenoten waardoor hij zich tevreden moest stellen met brons. De Rus Kulizhnikov eindigde in 1.08,13 pas als zesde.

Nuis had de titel twee jaar geleden voor het eerst gepakt en voegde daar een jaar geleden in Zuid-Korea ook de olympische titel aan toe. Bij een tweede wereldtitel was hij in de voetsporen van Erben Wennemars getreden, die de titel twee keer pakte.

Wereldtitel primeur voor Verbij

Verbij werd in 2017 al een keer wereldkampioen sprint, maar hij won nog nooit goud bij de WK afstanden. Twee jaar geleden eindigde hij achter Nuis en de Canadees Vincent De Haître als derde op de 1.000 meter in Gangneung.

Het kwam in de geschiedenis van de WK afstanden nog niet eerder voor dat drie schaatsers uit hetzelfde land goud, zilver én brons pakten.

Verbij is de vijfde Nederlandse wereldkampioen op de kilometer, na Jan Bos (1999), Wennemars (2003 en 2004), Stefan Groothuis (2012) en Nuis (2017).

De titel van Verbij is de eerste individuele gouden medaille voor Nederland op deze wereldkampioenschappen. Eerder was er wel goud op de teamsprint (mannen en vrouwen) en de ploegachtervolging (mannen).