De Nederlandse sprinters domineerden twee jaar geleden op de 500 meter, met als climax de wereldtitel van Jan Smeekens in Zuid-Korea. Vrijdag zagen Smeekens (tiende), Dai Dai Ntab (achtste) en Ronald Mulder (zesde) bij de WK afstanden in Inzell dat de concurrentie misschien wel beter is dan ooit.

"De uitslag van vandaag zegt dat wij als Nederlandse sprinters er heel dichtbij zitten, maar ook dat het niveau wereldwijd absurd hoog is", aldus Mulder. "Er konden hier wel vijftien mannen winnen."

De Nederlands recordhouder reed met 34,50 zijn beste tijd van het seizoen, maar dat was niet genoeg voor het podium. Het goud ging naar de Rus Ruslan Murashov (34,22), de Noorse olympisch kampioen Havard Lorentzen werd tweede in 34,35 en de Rus Viktor Mushtakov (34,43) pakte brons.

"Het lijkt allemaal zo makkelijk, maar wat we een paar jaar geleden deden, was legendarisch", aldus Smeekens, die in 2017 in Gangneung als eerste Nederlander wereldkampioen werd op de 500 meter.

"Natuurlijk wilde ik dat weer en baal ik als een stekker dat het vandaag niet gelukt is. Maar de 500 meter is een afstand waarop verschrikkelijk hard gereden wordt en die een verschrikkelijk hoge prestatiedichtheid heeft, in Azië, Amerika én Europa. De sport evolueert."

'Opening maakte vandaag het verschil'

Alle drie de Nederlanders wisten waar ze het vrijdag in de Max Aicher Arena hadden laten liggen. Murashov opende - net als zijn landgenoot Mushtakov - in 9,5. Mulder (9,60), Ntab (9,65) en Smeekens (9,66) gaven al aardig wat toe op de eerste 100 meter.

"Wij Nederlanders openen momenteel gewoon niet hard genoeg, zo eerlijk moeten we zijn", stelde Ntab, die zelf vooral op de eerste meters tijd verloor en uitkwam op een tijd van 34,55. "Ik rijd best een goede race, op mijn eerste vier pasjes na. En die vier pasjes kosten me vijf plekken. Ik zei vorige week al: 'Als ik 9,5 open, kan ik winnen. Als ik dat niet doe, kom ik naast het podium.'

Smeekens, die een eindtijd van 34,68 noteerde, weet ook waar hij voor volgend seizoen hard aan zal moeten werken. "Ik lig bij de opening al twee tienden achter. Dat was vandaag het verschil tussen een podiumplek en geen medaille."

Mulder reed al in de eerste rit en kon daardoor van dichtbij aanschouwen hoe explosief zijn concurrenten geworden zijn. "Een opening van 9,60 is helemaal niet slecht, maar ik zag vervolgens mannen openen op een manier zoals ze nog nooit gedaan hebben."

"Murashov reed erg indrukwekkend en is ver van mij vandaan. Maar ik zat maar 0,07 seconden van het podium, dat is toch een klein verschil. En die 0,07 seconden ben ik tekort gekomen in de opening."