Esmee Visser moet nog flink wennen aan de druk die hoort bij olympisch kampioen zijn, maar dat hinderde haar dit weekend vooral buiten de baan. Op het ijs won de 22-jarige schaatsster zondag de 5 kilometer bij het World Cup-kwalificatietoernooi in Thialf in een razendsnelle tijd.

Visser probeerde in de dagen voor het eerste toernooi van het nieuwe schaatsseizoen om zichzelf rustig te houden, maar haar lichaam werkte daar niet aan mee.

"Ik heb de afgelopen drie nachten steeds bijna moeten overgeven. Ik voelde me niet echt lekker", aldus de rijdster van TalentNED. "Ik probeer de druk voor mezelf laag te houden, maar dat is dit weekend niet zo goed gelukt. Ik heb echt een andere spanning gevoeld dan de afgelopen jaren, daar moet ik heel erg aan wennen. Mijn lichaam is onrustiger en reageert ongewild anders."

Die nieuwe spanning is terug te voeren op wat er gebeurde op 16 februari, toen Visser in Gangneung bijna vanuit het niets olympisch goud veroverde op de 5.000 meter. Sindsdien kan ze niet meer de onbevangen schaatsster zijn die ze de afgelopen jaren was, ook al probeert ze het wel.

"Ik merk natuurlijk dat er nu wat van mij wordt verwacht als olympisch kampioen. En ik wil zelf ook wat laten zien. Ik kan er niet tegen als ik denk dat sommige mensen het misschien vinden tegenvallen hoe ik nu rijd. Ik moet het niet doen, maar daar ga ik toch over nadenken."

Visser besprak de gevaren van haar nieuwe status met ploeggenote Ireen Wüst, die zelf in 2006 op negentienjarige leeftijd voor het eerst olympisch kampioen werd. "Ireen zegt dat het alleen maar goed is dat ik hiermee heb leren omgaan op een toernooi als dit weekend in Thialf. En ze vindt dat ik het echt goed doe voor de eerste keer."

Visser blijft maar fractie boven baanrecord

Op het ijs was er inderdaad niks te merken van de extra zenuwen bij Visser. De Beinsdorpse plaatste zich zaterdag door een derde plek voor het eerst voor World Cup-wedstrijden op de 3 kilometer en zondag declasseerde ze de concurrentie op de 5 kilometer.

Met een tijd van 6.50,64 was Visser zeven seconden sneller dan de nummer twee Antoinette de Jong (6.57,66), bleef ze maar vier tienden boven haar op de Spelen gereden persoonlijk record (6.50,23) en iets meer dan een seconde boven het ruim elf jaar oude baanrecord van Martina Sábliková (6.49,31).

"Ik had niet verwacht dat ik zo dicht bij het baanrecord zou zitten", lachte Visser. "Ik had zaterdag de vraag gesteld aan mijn trainers of ik voor die tijd van Sábliková moest gaan, toen zeiden ze: 'Nee, dat gaan we niet doen.'"

Trainers Peter Kolder en Wouter olde Heuvel wilden dat hun pupil een aanval op het baanrecord zou bewaren voor de NK afstanden van eind december, als er tickets op het spel staan voor haar hoofddoel van het seizoen, de WK afstanden in Inzell.

"Ik heb nu dus vooral lekker gereden", stelde Visser. "Ik voelde me dit weekend nog niet heel goed, gewoon standaard. Dus ik denk dat het alleen nog maar beter kan gaan."