Sjinkie Knegt kreeg na de Winterspelen een paar maanden extra vakantie en dus verwacht hij weinig van de eerste wereldbekers. Maar de 29-jarige shorttracker, die nooit getwijfeld heeft of hij nog vier jaar door zou gaan, verwacht in januari bij het EK in Dordrecht weer om de prijzen mee te doen.

Knegt stond half juli voor het eerst sinds het einde van de vorige winter weer eens op het ijs, maar bondscoach Jeroen Otter toonde geen mededogen met zijn kopman.

"Ik werd genaaid waar ik bij stond", zegt de Fries een paar maanden later met een grote glimlach. "Jeroen zei dat ik wel gewoon aan alles kon meedoen. Hij dacht: na zoveel weken vakantie zal ik hem krijgen ook. Ha, dat heeft hij zes, zeven weken volgehouden."

Het idee voor de extra rust na de voor Knegt teleurstellend verlopen Olympische Spelen van Pyeongchang - hij hoopte op minimaal één keer goud, maar het werd 'slechts' zilver op de 1.500 meter - kwam ook uit de koker van Otter, die al sinds 2010 samenwerkt met de wereldkampioen van 2015.

"Het moest van Jeroen", aldus Knegt. "Een jaar geleden zei hij: 'Je werkt je al twaalf jaar lang een slag in de rondte. Wil je het nog vier jaar volhouden, dan denk ik dat het beter is als je even gas terugneemt.'"

"Dat was ik wel met hem eens, al dacht ik zelf meer aan misschien vier weekjes langer vakantie. Nu heb ik tot half juli echt helemaal niks gedaan. Ik heb mijn fiets niet aangeraakt, ben niet gaan joggen. Ik ben met mijn auto bezig geweest."

Knegt vervult wens met deelname aan NK autocross

In de maanden na de Spelen had Knegt namelijk eindelijk de tijd om een langgekoesterde wens in vervulling te laten gaan. Na wekenlang constant gesleutel aan zijn Subaru Impreza, maakte de shorttracker in mei zijn debuut bij het NK autocross voor toerauto's.

"Ik heb in totaal acht autocrosses gereden, ben denk ik 21e geworden in het klassement", stelt de 'Schicht uit Bantega'. "Ik vond het deze zomer belangrijk om wat dingen naast het schaatsen te doen."

"Ik had wel veel werk aan die auto, moest hem elke keer repareren. En dat deed ik in mijn eentje, want ik kon mijn vrienden niet bellen. Die waren allemaal aan het werk, ik was de enige met vrije tijd."

'Ik ga elke dag met plezier naar de ijsbaan'

Na zijn uitstapje in de modder had Knegt geen problemen om zich weer op shorttrack te richten. "Ik had heel lang niet getraind, dus toen ik weer begon, had ik er wel weer zin in. Het was niet moeilijk om me op te laden na het olympische seizoen."

"Als je er lol in hebt, is het helemaal niet zwaar om er nog vier jaar mee door te gaan. Dat zie ik de komende jaren ook niet veranderen. Ik vind dit echt geweldig om te doen, ga nog steeds elke dag met plezier naar de ijsbaan. Soms voor collega's tot vervelens aan toe."

In de eerste weken na zijn terugkeer op het ijs had ook natuurtalent Knegt het zwaar. "Niet bij het schaatsen, dat verleer je niet. Maar de krachttraining was wel zwaar, zo zwaar dat ik dagenlang niet goed kon lopen. En vroeger lachte ik om een conditietraining van tweehonderd rondjes. Nu dacht ik bij rondje tachtig: alsjeblieft, kunnen we naar huis? Dat hoorde er nu eenmaal bij, ik moest even doorzetten."

Na een paar weken merkte Knegt dat hij de andere Nederlandse shorttrackers weer pijn kon doen en elke dag flinke stappen maakte. Die inhaalslag komt misschien te laat voor de wereldbekers in Calgary (vrijdag tot en met zondag) en Salt Lake City (9-11 november), maar de Fries is vast van plan deze winter gewoon mee te doen om de grote titels.

"Ik heb er alle vertrouwen in dat ik dit seizoen niet hoef weg te gooien. De eerste wereldbekerwedstrijden zullen nog niet fantastisch zijn, maar ik denk dat ik er bij de EK in Dordrecht (11-13 januari, red.) weer prima voor zal staan. Daar werk ik naartoe."