Jorien ter Mors kon zondag haar geluk niet op nadat ze zich in het Chinese Changchun als tweede Nederlandse na Marianne Timmer in 2004 tot wereldkampioen sprint had gekroond.

"Deze wereldtitel vind ik heel speciaal, zeker ook omdat ik pas de tweede Nederlandse schaatsster ben die hem heeft gewonnen", aldus de 28-jarige Enschedese glunderend voor de camera van de NOS.

Ter Mors beaamde wel dat ze van geluk mocht spreken dat topfavoriete Nao Kodaira zich na drie afstanden als leidster in het algemeen klassement wegens ziekte moest terugtrekken, waardoor de weg naar goud voor haar open lag.

"Deze wereldtitel had misschien nog wat extra glans gehad als zij er op de laatste 1000 meter nog bij was geweest.", zei ze.

"Het werd me door haar afmelding wel iets makkelijker gemaakt. Ik kon de wereldtitel nu veilig naar huis rijden. Maar ook als ze tot het einde had meegedaan, had ik zeker ook nog wel kans gehad."

Vlag

Ter Mors had ook wel degelijk rekening gehouden met de wereldtitel aangezien ze een Nederlandse vlag had meegenomen van de Olympische Spelen eind vorige maand in Zuid-Korea.

"Ik hoopte stiekem dat ik deze vlag misschien hier nog wel kon gebruiken. Het is geweldig dat het is gelukt."

Ter Mors gaf verder toe dat ze een seizoen vol met hoge pieken (olympisch kampioen 1000 meter, olympisch shorttrackbrons aflossing), en diepe dalen (onder meer gemist olympisch ticket op de 1500 meter) achter de rug heeft. Zowel fysiek als mentaal had ze het soms zwaar.

"Het was een rollercoaster. In december had ik nooit durven denken dat ik hier nog op het podium zou staan. Het was een mooie weg waarop ik mezelf heb teruggeknokt. Ik voel me nu een stuk sterker dan destijds en ik heb ook veel meer zelfvertrouwen", liet ze weten.

"De beslissing om richting de Winterspelen toch maar weer aan krachttraining te gaan doen, is heel cruciaal geweest. Dat heeft bijzonder positief uitgepakt."