Schaatsbond KNSB maakte maandag, een week voor het cruciale olympisch kwalificatietoernooi (OKT), de selectievolgordes bekend voor het langebaanschaatsen. Tien vragen en antwoorden over deze volgorde, die bepaalt welke schaatsers naar de Olympische Winterspelen mogen.

Wat is de selectievolgorde?
De selectievolgorde van de KNSB is - in de meest basale vorm - een tabel die bepaalt welke Nederlandse langebaanschaatsers zich plaatsen voor de Olympische Winterspelen van Pyeongchang (9 tot en met 25 februari 2018).

Nederland mag op de 500, 1000, 1500, 3000 meter (vrouwen) en 5000 meter (mannen) drie schaatsers naar Pyeongchang sturen. Op de 5000 meter (vrouwen), 10.000 meter (mannen) en de massastart zijn er twee tickets. Alle startplaatsen die Nederland heeft, krijgen in de selectievolgorde een eigen nummer (behalve de tweede startplaatsen op de massastart, waarover later meer).

Op die manier ontstaat een lijst van één tot en met vijftien, met voor elk olympisch ticket een eigen nummer. Bij de vrouwen staan de eerste en tweede plaats op de 3000 meter bij het OKT bijvoorbeeld op nummer één en twee, terwijl bij de mannen de winnaar van de 10.000 meter en de winnaar van de 5000 respectievelijk op plek één en plek twee van de selectievolgorde zullen worden ingevuld.

Selectievolgorde vrouwen

Selectievolgorde vrouwen
Selectievolgorde vrouwen

Waarom is er een selectievolgorde nodig?
De olympische regels schrijven voor dat een land maar met maximaal tien langebaanschaatsers per sekse naar de Winterspelen mag afreizen.

Omdat Nederland in totaal zestien potentiële startplaatsen heeft op de individuele afstanden bij de mannen en de vrouwen - plus nog minimaal drie schaatsers per sekse nodig heeft op de ploegachtervolging - is er een selectieprocedure nodig om tot die maximaal twintig namen te komen. De KNSB kiest ervoor om een selectievolgorde te gebruiken.

Hoe is de selectievolgorde tot stand gekomen?
De selectievolgorde is voor het grootste deel gebaseerd op een 'kansenmatrix' die met hulp van de Rijksuniversiteit Groningen is gecreëerd. Belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat de kans op olympische titels en medailles voor Nederland zo groot mogelijk wordt gemaakt.

De matrix is vooral gebaseerd op de uitslagen van de World Cups van vorig seizoen (die tellen één keer) en de World Cups van dit seizoen en de WK afstanden van vorig seizoen (die resultaten tellen twee keer). Op die manier is statistisch bepaald op welke afstanden de kans op een Nederlandse medaille het grootst is. De selectievolgorde is dus eigenlijk een ranglijst van meeste kans op een medaille tot minste kans op een medaille.

Selectievolgorde mannen

Selectievolgorde mannen
Selectievolgorde mannen
Foto: Tester

Welke afstanden staan het hoogst en welke het laagst in de selectievolgorde?
Bij de mannen valt op de dat er volgens de matrix op alle individuele afstanden veel kans is op een medaille; de nummers één van de 10.000, 5000, 1500 en 1000 meter staan op de plekken één tot en met vier van de selectievolgorde. Onderaan staan de nummers drie van de 5000, 1000, 1500 en 5000 meter.

Bij de vrouwen staan vooral de 3000 meter en de 1500 meter hoog in de matrix; de nummers één en twee van die afstanden op het OKT worden in de top vijf van de selectievolgorde ingevuld. Helemaal onderaan, op de plekken dertien, veertien en vijftien, staan de nummer één, twee en drie van de 500 meter, een afstand waarop Nederland de laatste jaren amper succes haalt.

Wanneer en hoe worden de selectievolgordes ingevuld?
De selectievolgordes langebaanschaatsen worden voor het belangrijkste deel ingevuld bij de het OKT, dat van 26 tot en met 30 december wordt gehouden in Thialf.  De namen van de top drie (of top twee op de 5000 meter vrouwen en 10 kilometer mannen) kunnen één op één in de selectievolgordes worden ingevuld.

Op die manier zou direct het olympische langebaanteam van Nederland samengesteld kunnen worden, maar de selectiecommissie langebaan van de KNSB heeft per sekse ook nog drie aanwijsplaatsen; voor calamiteiten (bijvoorbeeld als Sven Kramer ziek wordt op de dag van de 5 kilometer), voor de ploegachtervolging en voor de massastart.

Wat gebeurt er als een schaats(st)er zich op meerdere afstanden plaatst voor de Spelen?
Als een schaats(st)er zich op meerdere afstanden in de top drie (of top twee op de lange afstanden) rijdt, dan is dat goed nieuws voor zijn of haar collega's die onder hem of haar staan in de selectievolgorde. Die schaatser schuift dan namelijk op naar boven, waardoor hij of zij misschien wel naar de Spelen mag. Uiteindelijk is er per sekse ruimte voor tien 'unieke' deelnemers, dus elke dubbeling zorgt voor wat ruimte in de matrix.

Kun je een voorbeeld geven?
Stel: Ireen Wüst wordt bij het OKT eerste op de 1000, 1500 én de 3000 meter. Haar naam komt in de selectievolgorde dan op nummer één, nummer drie en nummer vier te staan. Dit betekent dat naast de top zeven, nu ook de nummer acht (eerste plek massastart) en de nummer negen (eerste plek 5000 meter) zeker zijn van een olympisch ticket, zelfs als er drie schaatssters zouden worden aangewezen.

Waarom zijn er aanwijsplekken nodig?
De selectiecommissie wil de ruimte hebben om een topper toch een startbewijs te geven als er om wat voor reden dan ook iets mis is gegaan voor hem of haar bij het OKT. Deze 'calamiteit' is expres niet specifiek omschreven, zodat er allerlei problemen - valpartij, ziekte, et cetera - onder kunnen vallen.

Daarnaast zijn er twee onderdelen - de massastart en de ploegachtervolging - die niet verreden worden bij het OKT en waarvoor mogelijk ook aanwijsplaatsen gebruikt zullen worden.

Hoe werkt het dan precies voor de massastart en de ploegachtervolging?
Voor de massastart, die in Pyeongchang voor het eerst op het olympische programma staat, heeft bondscoach Geert Kuiper de helft van zijn selectie al bekendgemaakt: Irene Schouten bij de vrouwen en Koen Verweij bij de mannen. Zij krijgen met hun massastartticket een plekje op de selectievolgorde (waardoor het nog niet honderd procent zeker is dat ze geplaatst zijn voor de Spelen).

De andere twee tickets voor de massastart worden na het OKT aangewezen. Die plaatsen vallen ook niet binnen de selectievolgorde. Volgens Kuiper zal uit het kwalificatietoernooi "veel informatie'' komen. "Op basis daarvan kunnen we een keuze maken."

Voor de ploegachtervolging moet Kuiper volgens de olympische regels putten uit schaatsers die uitkomen op minimaal één individuele afstand. Als zich op het OKT, om wat voor reden dan ook, volgens de selectiecommissie en de bondscoach niet voldoende schaats(st)ers plaatsen die geschikt zijn voor de team pursuit, dan kunnen er maximaal twee aanwijsplekken per sekse worden gebruikt specifiek voor dit onderdeel. Deze schaatsers zullen dan dus ook op een individueel nummer moeten worden ingezet, en dus de plek van een 'geplaatste' schaatser overnemen.

Kuiper heeft al laten weten welke zes schaatsers eventueel in aanmerking zouden kunnen komen voor een aanwijsplek voor de ploegachtervolging. Bij de mannen zijn dat Verweij, Sven Kramer en Jan Blokhuijsen en bij de vrouwen Marrit Leenstra, Wüst en Antoinette de Jong.

Is er kans dat de selectievolgorde gedoe op zal leveren?
Het blijft schaatsen in Nederland, dus die kans is er. De selectievolgorde is wel samengesteld in samenspraak met de coaches, maar er kunnen na het OKT zeker boze coaches zijn als een van hun schaatsers een olympisch ticket kwijtraakt door een aanwijsplek.

"Maar het zal nooit een willekeurige keuze zijn", benadrukt technisch directeur Arie Koops van de KNSB.