Shorttrackers lopen niet weg voor hoge verwachtingen bij Spelen

Sjinkie Knegt schreef bij de Olympische Winterspelen van 2014 in Sochi geschiedenis met de eerste Nederlandse shorttrackmedaille ooit. Met drie jonge debutanten bij de mannen, een nieuwe wereldtopper bij de vrouwen en Knegt nog steeds als kopman mag er bij de komende Spelen in Pyeongchang nog meer verwacht worden.

Dennis Visser (22), Itzhak de Laat (23) en Dylan Hoogerwerf (22) stonden woensdag bij de bekendmaking van de olympische selectie symbool voor de ontwikkeling in het Nederlandse shorttrack.

Bondscoach Jeroen Otter hoefde vier jaar geleden niet lang na te denken om zijn olympische mannenselectie in te vullen met de 'Grote Vier' Knegt, Niels Kerstholt, Freek van der Wart en Daan Breeuwsma. Woensdag moest hij daarentegen slechtnieuwsgesprekken voeren met Mark Prinsen (23) en Van der Wart (29).

"De drie debutanten zorgen voor een kwaliteitsimpuls in onze ploeg", zegt Otter. "In Sochi deden we er ook alles aan, maar de teleurstelling zal nu misschien wel groter zijn als we bij de Spelen niet goed presteren."

"We missen misschien wat ervaring in vergelijking met Sochi, maar we hebben wel jonge atleten die energie kunnen geven en wat minder berekenend zijn. Het is niet zo dat ervaring altijd positief is. Het betekent namelijk ook dat je afwegingen maakt die achteraf misschien verkeerd zijn."

Podium

De bredere selectie leverde Nederland vorig seizoen bij de WK in shorttrack de wereldtitel op de relay op, behaald door Knegt, Breeuwsma, Visser en De Laat.

"Het mannenteam dat we in Sochi hadden, stond zo nu en dan op het podium", aldus Otter. "Het team dat we nu hebben, staat vaker op het podium. Maar de concurrentie is ook steeds sterker geworden."

Niet alleen op de aflossing, maar ook individueel mogen de verwachtingen hoger zijn bij de shorttrackers. Knegt, in Sochi goed voor brons op de 1000 meter, heeft in de huidige olympische cyclus met onder meer vijf zeges in de wereldbeker laten zien dat hij bij de favorieten hoort in Pyeongchang.

"Mijn doelstelling is dat ik het beter wil doen dan bij de vorige Spelen en het liefst natuurlijk dat ik goud wil winnen", aldus Knegt. "Een olympische titel is in principe het enige wat nog mist op mijn erelijst. Ik zal er alles aan gaan doen om die binnen te halen."

De 28-jarige Fries geeft toe dat het anders zal zijn om met drie jonge jongens naar de Spelen te gaan. "Daan Breeuwsma en ik hebben al enige ervaring en wij zullen de andere jongens goed moeten ondersteunen en ervoor zorgen dat ze niet gek gaan doen in hun hoofd."

Schulting

Bij de vrouwen heeft Suzanne Schulting (20) de afgelopen seizoenen aangetoond dat ze bij de wereldtop hoort, onder meer door in februari in Dresden op de 1500 meter als eerste Nederlandse shorttrackster een individuele wereldbekeroverwinning te boeken.

"Ik wil finales rijden in Pyeongchang", stelt Schulting. "En zodra je in de finale staat, heb je kans op medailles, dus daar ga ik zeker voor. Ik denk dat ik ook mag uitspreken dat ik een podiumplek wil. Het werkt niet om naar de Spelen te gaan en te zeggen dat ik voor de vijfde plek ga."

Jorien ter Mors, in 2014 de kopvrouw van de shorttrackploeg, kreeg verrassend ook een individuele startplek toebedeeld, op de 1500 meter. De verwachting was dat de Twentse alleen voor de relay naar de shorttrackbaan zou gaan, en dat ze zich verder op de langebaan zou richten.

"Deze startplek is een heel mooie waardering voor hoe goed ik rijd, dat vind ik heel mooi", zegt Ter Mors. "Maar ik weet nog niet zeker of ik die plek ook daadwerkelijk ga invullen."

Otter: "We gaan rustig kijken wat Jorien gaat doen in Pyeongchang. Vier jaar geleden had ze elke dag wel kunnen starten, bij het shorttrack en op de langebaan. Nu is ze wat vermoeider, het lichaam is wat meer versleten. Dat betekent dat we wat zorgvuldiger onze keuzes moeten maken."

Tip de redactie