Sven Kramer reed zondag zijn 10 kilometer bij de NK afstanden niet met het mes tussen de tanden en dus was het geen grote verrassing dat Jorrit Bergsma hem versloeg. De 31-jarige Fries had wel graag gezien dat zijn vorm bij het eerste toernooi van het olympische seizoen wat beter was geweest.

"Het was voldoende dit weekend, maar het houdt niet over", aldus Kramer na zijn zilveren medaille op de 10 kilometer. Het was zijn derde medaille na brons op de 1500 meter en goud op de 5 kilometer.

"Ik had niet per se betere tijden willen neerzetten, maar ik had wel graag wat makkelijker gereden. Er zit bewust nog wat ruimte in mijn programma, dus ik had niet verwacht dat ik hier helemaal top was geweest. Maar het moet wel beter. Al geldt dat voor alle schaatsers hier."

Kramer weet als geen ander dat in dit olympische seizoen twee toernooien er ver bovenuit steken: het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) eind december in Thialf en de Olympische Spelen in februari in Pyeongchang.

"Ik probeer ergens naartoe te groeien. Ik wil tussen kerst en oud en nieuw goed zijn. En ik weet dat ik over twee weken weer moet schaatsen, en over drie weken weer, en over vier weken nog een keer", doelde de drievoudig olympisch kampioen op de komende wereldbekers in Heerenveen, Stavanger en Calgary.

Energie

Dat was direct ook een verklaring voor het feit dat Kramer zondag op de 10 kilometer, terwijl hij een rit voor zijn grote rivaal Bergsma startte, een voor zijn doen niet superscherpe tijd neerzette van 12.58,02. Bergsma was in de slotrit vervolgens ruim twee seconden sneller (12.55,83).

"Toen ik over de finish kwam, wist ik dat ik er niet megaveel energie in had gestopt, en dat het logisch zou zijn dat er relatief makkelijk onder gereden zou worden", zegt Kramer. "Het was een solide tijd, maar ook een tijd waar je makkelijk één of twee seconden onder kon zitten."

"Ik heb natuurlijk liever niet dat Bergsma onder mijn tijd duikt, maar ik wist dat het kon gebeuren met deze loting en met hoe ik mijn rit indeelde."

De afweging over het indelen van zijn race maakte Kramer deels tijdens zijn rit tegen Erik Jan Kooiman, die uiteindelijk brons pakte. "Ik wilde rondjes van 31,0 rijden, maar ik voelde dat Kooiman daar niet in meeging. Dus toen dacht ik: ik heb ook geen zin om die 25 rondes alleen te rijden", zei de schaatser van Lotto-Jumbo met een lach.