Een duimpje, een klein applausje; veel heftiger werd de reactie van Kai Verbij niet nadat hij zaterdag voor het eerst de Nederlandse sprinttitel had veroverd. De 21-jarige Zuid-Hollander was natuurlijk heel blij met zijn gouden plak, maar hoefde dat niet uitbundig te vieren.

"Kai is een Japanner, misschien is hij daarom heel bescheiden", zei Ronald Mulder, die op gepaste afstand van Verbij als tweede eindigde bij het NK Thialf, met een grote glimlach over zijn ploeggenoot bij Team beslist.nl.

Verbij - de zoon van een Nederlandse vader en een Japanse moeder - kon zich daar wel in vinden. "In Japan gooi je jezelf niet zo snel open, het zou best kunnen dat ik daarom niet zo uitbundig reageerde na de finish van de 1000 meter."

"Ik was nu ook echt wel tevreden, maar laat het misschien niet zo zien naar buiten toe. Zo ben ik gewoon, ik vind het ook wat onnodig om te tonen hoe blij ik ben. Dit is superleuk, maar volgende week heb ik al weer een World Cup in Noorwegen. En daarna is het nog maar twee weken tot de WK afstanden, dus ik heb eigenlijk totaal geen tijd om deze titel te vieren."

Daarmee wil Verbij niet zeggen dat hij nooit uit zijn dak zal gaan. "Als ik olympisch goud win, dan is het een ander verhaal. Dan sta ik waarschijnlijk echt te schreeuwen en misschien huil ik er wel bij. Ik heb geen idee wat er dan gaat gebeuren."

Doel

Die olympische titel in 2018 is het ultieme doel voor Verbij en dit seizoen stond voor hem eigenlijk in het teken van progressie maken richting 'Pyeongchang'.

"Ik ben dit seizoen ingegaan met het idee dat ik stappen wilde zetten, niet dat ik heel veel wilde winnen. Ik dacht niet dat dat mogelijk zou zijn, dus alles komt nu eigenlijk heel snel voor mij. Misschien realiseer ik me daarom nog niet zo goed wat ik precies gedaan heb."

Voor iemand die deze winter naar eigen zeggen totaal niet bezig was met winnen, heeft Verbij al erg veel gewonnen. Zo kroonde hij zich eind december tot Nederlands kampioen op de 500 meter en vrijdag en zaterdag was de pupil van Gerald van Velde met een derde en vierde plaats op de 500 meters en twee zeges op de 1000 meter duidelijk de sterkste sprinter in Heerenveen.

"Ik wilde vier degelijk ritten rijden en dat is gelukt, maar ik had misschien nog wel wat meer willen laten zien. Vooral op de 500 meter, omdat die afstand dit seizoen tot nu toe heel goed gaat. Ik was dit NK misschien iets minder scherp, maar heb ervoor gevochten en het is gelukt, daar ben ik het meest tevreden over."

Zo vanzelfsprekend was dat niet, want ook de nuchtere Verbij kan gewoon last hebben van spanning. "Ik kom misschien heel koel over naar de buitenwereld, maar ben vaak ook heel erg zenuwachtig. Maar nadat ik vrijdag de 1000 meter won, wist ik dat het mogelijk was om Nederlands kampioen te worden en zaterdag was ik een stuk minder gespannen."

Koelizjnikov

Met zijn Nederlandse titel verzekerde Verbij zich - net als Mulder - van een ticket voor het WK sprint, dat eind februari in Seoul wordt gehouden. Dan zal de tegenstand bestaan uit onder anderen titelverdediger Pavel Koelizjnikov.

"Ik vind reizen heel leuk, dus het is erg gaaf dat ik weer naar Zuid-Korea mag", aldus Verbij, die vorig seizoen al een wereldbeker schaatste in Seoul. "Maar ik ben er natuurlijk ook mee bezig met dat ik daar goed wil rijden. Ik heb alleen geen flauw idee wat er mogelijk zal zijn. Koelizjnikov staat voor mij op één en daaronder kan van alles gebeuren."

De voormalig wereldkampioen bij de junioren op de 500 en 1000 meter kijkt regelmatig naar filmpjes van de Russische sprintkoning om er zelf beter van te worden.

"Maar als ik Koelizjnikov wil verslaan, dan moet ik echt fysiek sterker worden. Die ruimte is er ook nog. Ik hoop dat ik in 2018 dichter bij hem in de buurt kan komen, en wie weet wat er dan kan gebeuren."