Lotto-Jumbo-coach Jac Orie vindt het aantrekken van veel buitenlandse schaatsers door Nederlandse ploegen geen effectieve manier om de sport internationaler te maken.

"Ik vind dat we schaatsers en kennis vanuit Nederland naar het buitenland moeten brengen. Dan praat je over globalisering", zegt Orie.

Na de dominantie van de Oranje-schaatsers bij de Spelen van 2014 in Sotsji gingen er stemmen op dat Nederland meer moet helpen bij de ontwikkeling van het internationale schaatsen.

Verschillende Nederlandse ploegen namen vorig seizoen ook buitenlandse schaatsers op in hun formatie - zoals de Amerikaanse Heather Richardson bij Team Clafis of de Japanse Nao Kodaira bij Team Continu - en voor deze winter zijn er met bijvoorbeeld de transfer van de Amerikaan Shani Davis naar beslist.nl weer een aantal namen bijgekomen.

"Ik denk dat er nu te veel schaatsers uit het buitenland zijn die hier in schaatsend Nederland hun geluk willen zoeken", aldus Orie. "Dan praat je over centralisering in Nederland en dat vind ik niet de juiste manier."

"Ik heb er natuurlijk geen enkel probleem mee dat er een aantal buitenlandse gastrijders in een ploeg met een Nederlandse licentie zit, maar het moet niet zo zijn dat zij de meerderheid vormen."

Gevaarlijk

De coach van onder anderen Sven Kramer sprak zaterdag in het AD al zijn zorgen uit over het grote aantal commerciële ploegen en (buitenlandse) schaatsers in Nederland. Hij noemde het huidige model "fout", vooral doordat het op de topsporturen volgens hem nu veel te druk is op het ijs.

"We zijn in Nederland heel makkelijk, en dat is ook goed", legt Orie zijn zorgen uit. "Maar we moeten ook een keer gaan oppassen. Ik vind het niet te veel gevraagd dat wij voor schaatsers die op de Olympische Spelen moeten acteren anderhalf uur ijs per dag claimen en dat we daar kwalitatief goed op moeten kunnen trainen."

In de huidige situatie is dat volgens de Zuid-Hollander met regelmaat onmogelijk doordat er tijdens het topsportuur vaak zeventig schaatsers op het ijs staan. Orie stelt voor dat er geselecteerd gaat worden op basis van internationale prestaties, zodat er minder ploegen en schaatsers tijdens de trainingsuren op het ijs mogen.

"Zeventig is gewoon te veel. Het is gevaarlijk en we kunnen niet alle dingen doen die we willen doen. Ik denk dat we te veel commerciële ploegen hebben in Nederland, dat er te veel versplintering is. En dat gaat ten koste van onze ijsuren."

Nuis

Kjeld Nuis is het eens met de oproep van zijn coach. "Soms heb je een trainingsuur waarbij iemand je letterlijk in de weg rijdt. Dat kan niet de bedoeling zijn, er moet wel een bepaald niveau op het ijs staan."

Orie begrijpt dat schaatsers die net onder het internationale niveau zitten en ploegen met buitenlandse schaatsers het niet met hem eens zullen zijn. "En dat mag ook. Maar ik weet wel zeker dat NOC*NSF het ermee eens is. Want hoe kunnen zij dit verkopen?"

Volgens Orie gaat het bovendien niet om een nieuw probleem. "Dit speelt al een tijdje en we hebben er ook weleens gesprekken over gehad, maar ik vond het nu eens een keer tijd om gewoon te vertellen hoe het in elkaar zit."