Het wereldbekerseizoen op de langebaan kende dit seizoen maar één wedstrijd over 10.000 meter. In Seoul was de 38-jarige Bob de Jong veruit de beste (13.17,51).

Nummer twee Bart Swings uit België moest destijds bijna vijftien seconden op de stayer van Team New Balance toegeven.

"Het zijn allemaal watjes", liet De Jong na zijn winnende race een tikje verongelijkt weten. "Puur door een gebrek aan ervaring op deze afstand durven ze er niet vol in te gaan. Veel schaatsers zijn bang voor de 10.000 meter."

Om de langste afstand een beetje in beeld te houden, ook in verband met de olympische status, organiseert de Leimuidenaar op 22 februari in samenwerking met de baancommissie Haarlem en het KNSB-gewest Noord-Holland/Utrecht een 10.000 meter voor binnen- en buitenlandse liefhebbers.

Volgens de Haarlemse organisatie is de tien kilometer in het wedstrijdprogramma van de internationale schaatsunie (ISU) een 'stiefkindje' aan het worden. "Ik hoop met deze extra wedstrijd de concurrentie internationaal te vergroten, want dat is hard nodig", zegt De Jong, die al vier olympische medailles op zijn favoriete afstand behaalde (goud, zilver en twee keer brons).

Bij de NK allround dit weekeinde in Heerenveen wil hij zich kwalificeren voor de WK afstanden, ook in Thialf (12-15 februari). "Dat zal nog een hele kluif worden", beseft De Jong. "Maar als dat lukt, dan is een achtste wereldtitel voor mij niet onmogelijk."