Marrit Leenstra maakte dinsdag op de 500 meter in Sotsji haar olympische debuut. Het resulteerde in een negentiende plaats, maar voor de Friezin moet het pas echt gebeuren op de 1000 en 1500 meter.

"Dit is wel meer dan een training. Het zijn gewoon de Spelen, maar ik doe op deze afstand niet mee voor de medailles en dat weet ik van tevoren", stelde Leenstra, die verre van zenuwachtig was.

"Iedereen zegt dat het goed is om al een keer gereden te hebben hier, maar ik heb niet echt meer spanning dan anders. Als ik aan het rijden ben, heb ik niet echt door dat het de Spelen zijn."

"Dat heb ik alleen bij races van anderen als ik op de tribunes zit, daar ervaar ik meer het olympische gevoel. Ik ben tijdens de race eigenlijk helemaal niet bezig met wat voor wedstrijd het is."

Pak kapot

Leenstra moest vlak voor de start van haar tweede 500 meter, die een stuk beter ging dan de eerste, nog van pak wisselen. "Ik trok mijn pak kapot. Ik wilde het bij mijn schouder wat optrekken en dat ging even mis."

"Toen moest ik snel pak uit en schaatsen uit. Gelukkig had ik wel mijn tweede pak mee naar het ijs. Het was wel een ongelukkig moment, want ik deed net mijn ritsbroek uit voor het inrijden het ijs op te gaan. Ik denk dat het nog wel gemaakt kan worden, maar ik heb er nog drie."