Jorrit Bergsma reed zondag zijn eerste 5000 meter van het seizoen en greep geheel volgens de verwachting de zege bij de IJsselcup.

"Het viel me niks tegen", kijkt de Fries in gesprek met De Telegraaf terug op zijn race op de laaglandbaan in Deventer. "We staan pas een week op het ijs."

De 27-jarige noteerde met 6.32,37 een baanrecord op ijsbaan De Scheg. "Ik denk dat ik goed op schema lig. Vorig jaar reed ik hier 6.38, geloof ik. Hier kan ik wel mee verder."

Sven Kramer reed een dag eerder bij testwedstrijden in Inzell een nog veel scherpere tijd: 6.15,38. "Natuurlijk houd je dat wel in de gaten", erkent Bergsma. "Dat is een heel goede tijd, maar niet te vergelijken met deze baan natuurlijk."

De rijder van BAM voorziet dit schaatsjaar een constante krachtmeting op de vijf kilometer. "Ik denk dat Sven, Bob de Jong en ik heel dicht bij elkaar zitten en dat het wel een mooie strijd gaat worden dit seizoen."

Bergsma noemt de Olympische Winterspelen in Sotsji als zijn voornaamste doel. "Daar richten we ons op. De Elfstedentocht? Daar moet je altijd klaar voor zijn, maar daar kun je nooit rekening mee houden."