Haar terugkeer bij coach Jac Orie had een frisse start moeten zijn voor Activia-schaatsster Annette Gerritsen. Een hardnekkig virus gooide roet in het eten. Na een verloren jaar stelt de 27-jarige Ilpendamse langzaamaan op het gewenste niveau te komen, maar dat de weg daar naartoe lang en zwaar was. "Ik was er echt wel even klaar mee."

Door Anne Joldersma

Je oogt een stuk vrolijker dan de laatste keer dat ik je sprak.
"Dat was zeker bij het Nederlands kampioenschap sprint in Kardinge. Toen zag ik het allemaal even niet meer zo zitten. Ik stond negende na de eerste dag. Dat slaat nergens op als je de jaren daarvoor meedeed om de titel."

"Gelukkig gaat het nu ook veel beter. Ik heb alleen echt nog geen idee hoe ik er precies voor sta. De trainingen gaan erg goed, maar de trainingswedstrijd op het zomerijs van Heerenveen viel tegen. Dat was nog niet echt denderend. Het was ook wel even wennen om weer een wedstrijd te rijden."

Ga je nog wedstrijden rijden voor de NK afstanden, eind oktober?
"Zeker. Ik ga eind september al weer schaatsen, ik moet me natuurlijk ook nog plaatsen voor de NK. Ik heb vorig jaar maar drie of vier wedstrijden gereden natuurlijk. Dus we beginnen nu in Deventer, dat hoort er allemaal bij."

De NK sprint in januari was je laatste wedstrijd. Hoe zijn die maanden daarna verlopen voor je?
"Ik was er echt wel even klaar mee, vooral omdat ik niet wist wat er aan de hand was. De diagnose dat ik de ziekte van Pfeiffer had kwam pas later."

Toen je de handdoek in de ring gooide, kon je je emoties niet meer beheersen. Was dat het dieptepunt?
"Moet je voorstellen dat je dag in, dag uit met jezelf in gevecht bent omdat je hoofd wel wil, maar je lichaam het simpelweg niet aankan. Voor mij hield het daar in Kardinge gewoon op. Misschien was ik mentaal nog wel meer opgebrand dan lichamelijk. Ik realiseerde me dat het zo niet verder kon. Moest ik zo in de rondte gaan rijden?"

"Op die manier vond ik het gewoon niet leuk meer. Als dat mijn basisniveau was, dan... Daarom was het zo'n enorme opluchting toen Jac me belde en me vertelde dat het toch Pfeiffer was. Na die diagnose vond ik pas wat rust omdat ik wist dat het door het virus kwam en dat het virus eerst mijn lichaam uit moest."

Die diagnose verklaarde alles voor je?
"Echt wel. Ik trainde vier, vijf keer in de week en dat was al te veel. Terwijl ik de jaren ervoor elf keer in de week trainde en tegelijkertijd wedstrijden reed. Als je zover onder je niveau traint, ga je echt twijfelen aan alles."

"Ik had voordat ik ziek werd ook gewoon echt een goede zomer gedraaid. Ik kwam niet superfit bij Team Liga vandaan, maar dat had ik aan het eind van de zomer ingehaald. Toen werd ik in september ziek en is het alleen nog maar bergafwaarts gegaan."

"In het begin dacht ik nog: 'niet zo zeuren Annette. Iedereen is weleens verkouden, zet je eroverheen'. Maar een maand later liep het nog steeds niet. Zodra er iets van intensiteit of interval in de training zat, werd ik gewoon knock-out geslagen. Ik kreeg mijn ogen niet eens meer open. Dan begin je jezelf af te vragen: hoe ga ik dit overleven?"

Heb je ergens gedacht: misschien moet ik ermee ophouden?
"Nou, als er geen oorzaak was gevonden, de reden waarom het zo slecht ging, en het niet meer goed zou komen. Dan misschien wel. Ik ga niet meedoen om top tien te rijden bij de NK sprint als ik al zo vaak zoveel hoger heb geschaatst."

Er werd her en der gezegd dat het 'klaar zou zijn met Gerritsen'.
"Dat vond ik best wel moeilijk om te horen. Ik deed er echt alles aan. Mijn vader reed me bijvoorbeeld naar trainingen zodat ik op de terugweg kon slapen, dat soort idiote dingen. Continu die grens van wat ik kon maar weer bijstellen. Ik was bij wijze van spreken al blij als ik een uurtje had kunnen fietsen."

"En dan zeggen mensen tegen je: 'heb je er nog wel zin in?' Dat soort dingen. Dat is niet leuk. Maar Jac heeft nooit aan me getwijfeld. En hij was één van de belangrijkste personen die niet aan mijn kunnen moest twijfelen. En ook mijn ouders en mijn zus niet."

"Die zeiden allemaal: 'zo kennen we je niet'. Ik zat er ook bij als een dood vogeltje. Ik was door dat virus gewoon niet de persoon die ik normaal was. Ik denk dat dit het zwaarste jaar ooit was met alles wat ik heb meegemaakt. Gelukkig kreeg ik steun van de belangrijkste mensen om me heen. Dat deed me meer dan honderd mensen die verder van me afstaan en dat soort dingen naar me riepen."

Is het virus nu helemaal je lichaam uit?
"Ja, en best al een tijdje. Ik liep in het begin nog wel achter op de rest van de ploeg, een conditieachterstand. Dat moest ik langzaam weer opbouwen en daarbij ga je een paar keer onderuit. Het was vooral fijn om daarna weer de vooruitgang te voelen en nu kan ik op zich weer goed met de rest mee."

Heb je het gevoel dat je terug bent op het niveau dat je had voordat je ziek werd?
"Zeker. De testen die we de afgelopen week hier op trainingskamp in Cecina hebben gedaan waren goed. Ik hoop dat ik straks ook op het ijs weer de stap kan maken naar de meiden die om de prijzen strijden. Ik heb er vertrouwen in dat ik het nog steeds kan. De rest heeft echter natuurlijk niet stilgestaan en ik in feite wel. Ik moet terugkomen op hun niveau, daar werken we nu hard aan."

Waar ga je je op richten dit seizoen?
"Weet je, de Spelen moet je eerst maar zien te halen. Dat is al lastig genoeg. Ik ga het stap voor stap bekijken en mijn eerste stap is plaatsing voor de NK afstanden."

Dat wil je ook nog steeds op zowel de 500, de 1000 als de 1500 meter doen?
"Dat zal afhankelijk zijn van hoe de eerste wedstrijden gaan, maar het liefst rijd ik alle drie die afstanden. Als je in vorm bent is elke afstand mooi om te rijden, echt genieten. Dan wil je ook zoveel mogelijk rijden. We beginnen straks al vroeg met schaatsen, dus als het goed is heb ik voor de NK afstanden al drie, vier wedstrijden gehad. Dan weet ik precies waar ik sta."