HEERENVEEN - Hij beleeft het mooiste jaar uit zijn carrière. Michel Mulder veroverde in maart zilver op de 500 meter bij de WK afstanden in Thialf, waarna hij zich een half jaar later op de skeelers tot wereldkampioen kroonde op diezelfde afstand.

En afgelopen week voegde de Zwollenaar met overmacht de nationale titel daaraan toe, op de schaats.

Er lijkt geen einde te komen aan de stormachtige ontwikkeling die de 26-jarige schaatser doormaakt. Voorzichtig kijkt Mulder daarom al naar het hoofddoel van deze winter: de WK afstanden in Sotsji.

''De dubbel pakken in één jaar, op skeelers en op schaatsen. Daar droom ik wel eens van’’, biecht hij enkele dagen voor de World Cup-races in Heerenveen op.

Toch weet Mulder dat het zinloos is om zichzelf uit te roepen tot favoriet voor het WK-goud. Daarvoor is de top van het mondiale sprinten simpelweg veel te breed. Het afgelopen seizoen was op de 500 meter bijna geen enkel podium hetzelfde.

Keihard afgestraft

De schaatsers die meer dan één wedstrijd wisten te winnen, zijn op een hand te tellen. ''Je wordt keihard afgestraft voor één foutje. Dat vind ik gaaf’’, zegt hij.

Het leidt er ook toe dat de sprinters steeds op een dun koord moeten balanceren. Ze moeten agressief hun race afwerken, maar tegelijkertijd zijn ze gedwongen de rust te bewaren om zo efficiënt mogelijk te schaatsen.

Nadat Mulder in maart het baanrecord van Thialf had aangescherpt tot 34,66 seconden (en in de totaalstand op slechts 0,01 seconde het goud miste), vroeg hij zichzelf af waar hij zich nog kon verbeteren.

''Toen keek ik naar de races van Mo Tae-bum en Lee Kyou-hyuk. Als je ziet hoe die in de laatste bocht nog weten te versnellen naar 57, 58 kilometer per uur. Daar kan ik wel van leren.’’

Rust bewaren

Om dat te doen, moet Mulder elke race opnieuw zijn rust bewaren. Als skeeleraar is hij gewend om onstuimig op topsnelheid te komen, maar dat kan op het ijs averechts werken. ''Ik ben nogal wild aangelegd, maar dat moet ik binnen de perken houden’’, weet de nationaal kampioen.

''Daarom ben ik ook zo trots op mijn races bij de NK. Ik hield beide keren de rust in mijn slag en kwam tweemaal tot een 34,9. Naar die constantheid moet ik toe.’’

Want bij de titeltoernooien worden de medailles verdeeld na twee afstanden en daarom zegeviert vaak de meeste constante schaatser, niet per se degene die in één van de races de beste tijd klokt.

''Ik kijk er in elk geval naar uit om me komend weekeinde te meten met de internationale top’’, zegt Mulder. ''Hoe dan ook: als je kijkt hoe het afgelopen jaar is gegaan, heb ik weinig te klagen. Ik heb het leukste beroep dat er is. Ik geniet.’’