HEERENVEEN - Carl Verheijen vindt dat Nederland bij de Olympische Spelen een gouden medaille op de ploegachtervolging heeft gemist door slecht beleid. Dat zei de schaatser bij de wereldbekerfinale in Heerenveen, waar hij afscheid nam als schaatser.

Verheijen noemde het selectiebeleid in de aanloop naar de Spelen als belangrijke reden voor het uitblijven van succes op de achtervolging, waar de favoriete Oranje-equipe 'slechts' brons pakte.

Eind januari, bij het tweede olympische kwalificatietoernooi, plaatste Jan Blokhuijsen zich op de 5 kilometer als laatste voor Vancouver. De rijder van VPZ versloeg Verheijen en Wouter Olde Heuvel, waardoor het beoogde team voor de achtervolging er opeens heel anders uit kwam te zien.

Nieuwe combinatie

De ploeg bestond in Vancouver uit Sven Kramer, Mark Tuitert, Simon Kuipers en Blokhuijsen.

''Een totale nieuwe combinatie'', aldus Verheijen. ''Dat mag nooit. De jongens konden pas een kleine week voor de achtervolging serieus met elkaar trainen. Die periode is natuurlijk niet genoeg om aan elkaar te wennen. Er is niet goed naartoe gewerkt, dat was voor iedereen duidelijk.''

Grote rol

Verheijen denkt dat hij een grote rol had kunnen spelen op de ploegachtervolging in Canada. De geboren Hagenaar greep in de aanloop naar de Spelen echter net naast een individueel startbewijs, zodat hij ook niet in het Oranje-team mocht plaatsnemen.

Bij het eerste kwalificatietoernooi reed hij een uitstekende 5 kilometer, maar was Bob de Jong nog net wat sneller. Op de 10 kilometer troefden De Jong en Arjen van der Kieft hem af. Verheijen kwam in januari bij OKT II ook net te kort.

Kramer

Ploeggenoot Sven Kramer wilde, om het team te versterken, zijn olympisch startbewijs op de 1500 meter afstaan aan Verheijen. Dat plan bespraken de twee in januari na het EK allround.

Zo ver kwam het echter niet. ''Met mijn ervaring, of de ervaring van Erben Wennemars, waren we een stuk verder gekomen'', beweerde Verheijen.