VANCOUVER - Steeds weer moest Bob de Jong de voorbije seizoenen achter Sven Kramer genoegen nemen met de tweede of derde plaats. Maar hoe vaak hij op de 5 en 10 kilometer ook verloor van de ongenaakbare Fries, altijd klonk hij hoopvol en strijdvaardig.

De Jong boekte in rap tempo vorderingen, verbeterde zijn persoonlijke records meerdere malen en riep tegen een ieder die het horen wilde dat hij Kramer op de Spelen best zou kunnen verslaan.

Nog twee dagen, dan mag De Jong zijn woorden op de 5 kilometer in Vancouver kracht bijzetten. ''Als ik goed ben, heeft iedereen moeite met mij.''

Zelfverzekerd

Hij oogt nuchter en zelfverzekerd, zoals altijd eigenlijk. Aan de rand van het olympisch dorp neemt de 34-jarige rijder van VPZ alle tijd voor het beantwoorden van vragen. Nee, echt zenuwachtig is hij niet.

Al zijn ploeggenoten (Jan Blokhuijsen, Thijsje Oenema, Diane Valkenburg en Thijsje Oenema) beleven in Canada hun olympische debuut. De Jong was in 1998, 2002 en 2006 ook al van de partij bij het grootste sportevenement voor wintersporters.

Vier jaar geleden beleefde hij in Turijn met goud op de 10 kilometer zijn mooiste sportmoment tot nu toe. Op die afstand dicht de geboren Leimuidenaar zichzelf ook nu de meeste kansen toe.

''Het vizier is volledig op de 10 kilometer gericht'', zegt ook trainer Erik Bouwman. ''Dat is zijn beste afstand, maar ook op de 5 kilometer is Bob bij alle wereldbekerwedstrijden op het podium geëindigd.''

Dagboek

Bij het olympisch kwalificatietoernooi, eind december in Thialf, maakte De Jong indruk. In een spannend duel bleef hij Carl Verheijen op de 5000 meter voor: 6.14,12 om 6.15,70.

Drie dagen later scherpte de routinier zijn persoonlijke record op de dubbele afstand aan tot 12.53,63. Kramer ontbrak bij die wedstrijden, omdat hij zich al voor de Spelen gekwalificeerd had.

''Volgens mijn trainingsdagboek ben ik nu beter dan toen'', legt De Jong uit. ''Tenminste, dat is wel de bedoeling.''

Bij een testwedstrijd over 3 kilometer in Vancouver kwam de VPZ'er zondag niet verder dan 3.46,86, terwijl Kramer 3.40,51 klokte. Zo snel was nog niemand op een laaglandbaan.

Techniek

De Jong schrok niet van het verschil en van zijn eigen tijd. Over zijn techniek was hij minder tevreden. Het heeft hem niet aan het twijfelen gebracht, al heeft ook hij wel eens momenten van onzekerheid.

Momenten dat hij zich afvraagt of hij het allemaal wel goed doet. ''Als ik niet zou twijfelen, zou dat niet goed zijn'', vindt De Jong, die zaterdag verder concurrentie verwacht van Enrico Fabris, Havard Bokko en Ivan Skobrev.

''Je moet twijfels hebben om beter te worden als topsporter.''