AMSTERDAM - Ineens was hij daar weer. Na een zeer teleurstellende seizoensstart klokte Erben Wennemars tijdens wereldbekerwedstrijden in Salt Lake City vanuit het niets 1.42,73 op de 1500 meter.

De derde tijd achter de onklopbare Amerikaan Shani Davis en diens landgenoot Chad Hedrick. Dat de tijd de boeken niet in ging vanwege een diskwalificatie kon Wennemars dan ook gestolen worden.

Veel belangrijker was de bevestiging dat hij het dus nog wel kon. En plots leeft er op weg naar de Olympische Spelen in Vancouver weer hoop bij de schaatser uit de TVM-formatie.

Zinken

Misschien had de snelle tijd van Wennemars wel te maken met het feit dat hij teruggreep naar een paar schaatsen uit 2005. "Normaal doe je zoiets niet, vlak voor de Spelen", vertelt hij woensdag in dagblad Trouw.

"Maar dieper kon ik niet meer zinken", vervolgt de Dalfsenaar. "Het ging zo slecht dat het niets meer uitmaakte. Harder mijn best doen had geen zin meer en dus kwam ik bij die schaatsen uit. Ik had ze vijf jaar niet aangeraakt, maar ben er in 2005 wel wereldkampioen op geworden."

Zekerheid

In 2010 gaat het echter niet om wereldtitels, maar om Olympische medailles. Wennemars wil zich komende week op het kwalificatietoernooi in Thialf plaatsen voor Vancouver.

"Als ik me eenmaal plaats, is alles mogelijk", zegt Wennemars. "Maar er is ook een kans dat het niet lukt. Niemand heeft zekerheid. Maar in dit soort wedstrijden ben ik altijd op mijn best."

"Kijk al mijn uitslagen maar na, als het er echt op aankomt sta ik er altijd. De momenten die er om gaan, zijn mijn beste momenten. Daar put ik vertrouwen uit."

Stakker

En als het niet lukt? "Dan heb ik er in ieder geval alles aan gedaan. Ik zal nooit zo’n stakker zijn die later tegen zijn zoontje zegt, als hij ergens een schaatsbaan binnenkomt; ‘Als papa nou eens wat langer door was gegaan, had er misschien meer ingezeten."