Ben Haarman eist een schadevergoeding van de gemeente Raalte voor de inkomens- en imagoschade die hij heeft geleden in de stortgataffaire. 

De oud-wethouder wil binnen twee weken van de gemeente Raalte horen of zij erkent aansprakelijk te zijn. Daarna wil Haarman in gesprek met de gemeente om de omvang van de door hem geleden en nog te lijden schade nader te begroten.

Haarmans advocaat heeft de gemeente een brief gestuurd (die in handen is van Salland Centraal) waarin hij namens zijn cliënt een ultimatum stelt. Volgens de advocaat is het voor Haarman praktisch onmogelijk om nog een (semi)publiek ambt te beoefenen. Ook zegt de advocaat dat Haarman door het handelen van de gemeente het imago heeft gekregen van ‘een persoon die de gemeente heeft belazerd door de verkoop van verontreinigde grond.” 

Beschuldigingen

“Door te handelen zoals de gemeente heeft gedaan, heeft cliënt schade berokkend, waaronder inkomens- en reputatieschade. Duidelijk is immers dat cliënt door de onware beschuldigingen aan zijn adres omtrent diens vermeende bekendheid met het op zijn vroegere perceel aangetroffen ‘semi publieke stortgat’ diens reputatie ernstig is beschadigd.”

De advocaat vervolgt in de brief: “Cliënt werd hierdoor in september 2012 genoodzaakt het wethoudersambt neer te leggen. De kansen om sedertdien eenzelfde of een vergelijkbaar (semi)publiek ambt te kunnen vervullen zijn hierdoor praktisch niet meer aanwezig. Door het handelen van de gemeente blijft aan cliënt het imago kleven van een persoon die de gemeente heeft belazerd door de verkoop van verontreinigde grond waarmee hij bekend moet zijn geweest en die slechts door een tekort schietende gerechtelijke beoordeling de dans heeft ontsprongen.”

Gemeente

"Juist omdat de beschuldigingen worden geuit door een gemeente, zijn deze bepalend voor de publieke beeldvorming van cliënt rondom deze kwestie”, meent Haarmans advocaat. “De gemeente had zich daarvan terdege bewust moeten zijn en van haar had hierom een extra zorgvuldige afweging verwacht mogen worden, hetgeen zij ten onrechte heeft nagelaten. Het is op voorgaande gronden dat cliënt de gemeente bij deze aansprakelijk stelt tot vergoeding van zijn nader te begrote reputatie- en overige schade.”