Het college moet werk maken van de opvang van Oost-Europese daklozen in Rotterdam. Dat stellen coalitiepartijen GroenLinks en ChristenUnie-SGP, die kritische vragen stellen aan het college.

"In tijden dat miljarden beschikbaar worden gesteld voor grote bedrijven, moeten overheden ook omkijken naar de allerkwetsbaarsten in onze stad", schrijven Tjalling Vonk (CU-SGP) en Lies Roest (GroenLinks). De partijen vinden dat álle daklozen in Rotterdam moeten worden opgevangen, ook als het gaat om Oost-Europeanen die formeel niet-rechthebbend zijn. Zeker in coronatijd.

"Overwegingen als rechthebbendheid of kosten moeten geen doorslaggevende factor zijn in het bieden van opvang", aldus Roest en Vonk. "Bovendien lijkt het huidige beleid ten aanzien van de opvang van dakloze EU-arbeidsmigranten in strijd met de uitspraak van onze burgemeester: In onze stad slaapt niemand op straat." Aboutaleb deed die uitspraak in 2015, in de discussie over opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Spangen en Blijdorp

Deze week bleek uit reportages in deze krant dat een groeiend aantal Oost-Europeanen op straat leeft, onder meer in het Zuiderpark en in een park bij de Maashaven. De toename is zichtbaar sinds de sluiting van de nachtopvang in de Maassilo. Uit Spangen en Blijdorp komen vergelijkbare berichten van bewoners en wijkagenten.

Ook bij de fracties van CU-SGP en GroenLinks komen verschillende signalen binnen over een toename van het aantal buitenslapers in de stad, schrijven beide fractievoorzitters, vooral in de wijken buiten het centrum. Ze willen onder meer van het college weten of de gemeente zicht heeft op de mensen die tot voor kort werden opgevangen, of het college de signalen van de toename herkent en hoeveel het zou kosten om de noodopvang die voorheen door het Rijk werd gefinancierd, door te zetten.