Het college van Krimpen aan den IJssel wil dat er een einde komt aan het abonnementstarief voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Sinds de invoering hiervan in 2019 schieten de kosten voor huishoudelijke hulp via de Wmo omhoog.

De kosten voor thuishulp sinds de invoering van het abonnementstarief schieten in Krimpen aan den IJssel door het dak. De gemeente betaalde vorig jaar 980.000 euro meer dan in 2018, toen de regeling er nog niet was. Een van de oorzaken is dat ook mensen met een wat vollere portemonnee van de regeling gebruik kunnen maken, terwijl dat volgens wethouder Hugo van der Wal (Sociaal domein) onnodig is.

Met een abonnementstarief kunnen mensen die in aanmerking komen voor de Wmo-hulp, voor 19 euro per maand onder meer huishoudelijke hulp krijgen. Ook mensen die zelfredzaam genoeg zijn om zelf huishoudelijke hulp in te schakelen, maken gebruik van die voor hen voordelige regeling.

Een inkomenstoets is nu nog geen vereiste. Van der Wal wil daar verandering in brengen. "De Wmo dreigt op deze manier onbetaalbaar te worden", aldus de wethouder. "Zeker nu het Rijk niet van plan is om gemeenten tegemoet te komen."

Het gemeentebestuur wil nu dat een inkomenstoets ervoor moet zorgen dat alleen de mensen met een wat krappere beurs gebruik kunnen maken van de Wmo-hulp. Krimpenaren die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, mogen maximaal 200 procent van het minimumloon verdienen. Voor degenen die wel AOW-gerechtigd zijn, geldt een maximum van 150 procent. Dit verschil heeft te maken met loonheffingen.

Met deze verandering, waar de gemeenteraad in juni nog mee akkoord moet gaan, gaat het college tegen het landelijke beleid in. Als de gemeenteraad het voorstel van Van der Wal volgt, gaat de inkomenstoets per 1 juli van dit jaar in.