De BP-raffinaderij in de Rotterdamse haven is onder verscherpt toezicht gesteld. De aanleiding hiertoe zijn enkele incidenten en een defect aan de koel- en blusleidingen van gasopslagreservoirs op het terrein.

In 2020 vond een lekkage van waterstoffluoride plaats en in 2021 was er een stroomstoring in de controlekamer. Het weer opstarten van de installaties na die stroomstoring leidde tot een klachtengolf over een zwavel- en petroleumgeur in de omgeving van Hoek van Holland.

"We betreuren deze reeks incidenten ook", zegt BP-woordvoerder Carlo Eijkels. "Het past niet in de lijn waarop wij willen opereren. Veiligheid is onze allerhoogste prioriteit. Van onze medewerkers en van onze omgeving."

BP is na Shell-Pernis de grootste raffinaderij in de Rotterdamse haven. Er werken 740 mensen. Het complex in de Europoort verwerkt dagelijks 400.000 vaten aardolie tot benzine, diesel, gas, kerosine, stookolie en grondstoffen voor de petrochemische industrie.

Via verscherpt toezicht willen de DCMR en het provinciebestuur, dat eindverantwoordelijk is voor het toezicht op risicobedrijven, de naleving en het gedrag van BP weer op niveau krijgen. DCMR zal een verdiepend gedragsonderzoek naar de veiligheidscultuur uitvoeren. Ook zal de DCMR extra inspecties uitvoeren op onder andere de koel- en blusinstallaties en het onderhoud.

De laatste keer dat in de Rotterdamse haven een raffinaderij onder verscherpt toezicht werd gesteld, was in 2018. Aanleiding was een grote brand, waarna de autoriteiten concludeerden dat het niet goed gesteld was met de veiligheidscultuur. Dat verscherpte toezicht werd pas vorige maand opgeheven.