Het Openbaar Ministerie (OM) heeft donderdag een werkstraf van honderd uur geëist tegen de schippers die in mei 2018 betrokken waren bij de aanvaring tussen twee boten in de Nieuwe Maas in Rotterdam. Twaalf personen raakten te water en drie daarvan, onder wie een schipper, raakten gewond.

"Beiden zijn te onvoorzichtig geweest", concludeert het OM.

Het ongeluk gebeurde op zaterdag 12 mei 2018. Een sloep waar twaalf mensen op zaten, werd overvaren door een watertaxi vlak bij de Erasmusbrug.

Alle twaalf opvarenden werden uit het water gered en de boot zonk. Twee van de drie gewonden, onder wie de schipper, liepen botbreuken op. De overige negen mensen raakten niet gewond, maar hadden wel last van onderkoelingsverschijnselen.

Volgens de passagiers van de sloep voer de watertaxi hard in een rechte lijn op hen af zonder uit te wijken.

"Door de schittering op het water heb ik de sloep mogelijk niet gezien. Het kan ook dat de sloep wegviel tegen de pijler van de Erasmusbrug", zegt Robert T., de schipper van de watertaxi donderdag in de rechtszaal volgens een verslaggever van Rijnmond.

Ene schipper had geen groot vaarbewijs, ander keek niet goed uit

Ben G., de schipper van de sloep, had geen groot vaarbewijs en marifoon en heeft geen voorrang gegeven. Dat wordt hem aangerekend. T. heeft volgens het OM onvoldoende uitgekeken en is met hoge snelheid, ongeveer 30 kilometer per uur, doorgevaren.

Er wordt benadrukt dat het zicht goed was en dat de vaartuigen geen gebreken hadden. Het OM vindt dat G. de watertaxi voorrang had moeten geven. Daarnaast wordt het T. kwalijk genomen dat hij als ervaren schipper niet goed uitkeek en onvoldoende rekening hield met eventuele boten op zijn route.

Aan de andere kant stelt het OM dat de verdachten "al lang gebukt gaan onder het ongeluk".