Rotterdammers ervaren vervuiling, vernieling en het beheer van de openbare ruimte als de grootste problemen in de stad gedurende de coronacrisis die in maart begon. Dat meldt de gemeente donderdag op basis van de jaarlijkse Omnibusenquête.

De enquête werd gehouden onder Rotterdammers tussen de 16 en 85 jaar oud. De respons van het onderzoek was 30 procent. De deelnemers werden onder meer gevraagd om aan te geven wat ze de belangrijkste problemen in de stad vonden.

Tijdens de coronacrisis noemde 43 procent van de deelnemers vervuiling, vernieling en het beheer van de openbare ruimte als grootste probleem.

Het onderzoek werd in verschillende fases uitgevoerd, ook voor de coronacrisis. Tot halverwege maart, de maanden voor de intelligente lockdown, noemde nog 46 procent van de deelnemers criminaliteit, onveiligheid en drugsoverlast als grootste problemen. Sinds de uitbraak van COVID-19 in Nederland noemde 40 procent de veiligheidsproblematiek als grootste probleem.