Tegen verdachte Hichaam C.P. is woensdag in de rechtbank in Den Haag een celstraf geëist van tien maanden onvoorwaardelijk voor het in brand steken van een auto in Rotterdam april 2017.

De wagen was gebruikt als vluchtauto na een dubbele liquidatie diezelfde dag. Voor deze liquidaties zitten nog altijd geen verdachten vast.

Een vader en zoon werden twee jaar geleden op klaarlichte dag voor de deur van een sportschool in Zoetermeer doodgeschoten. De daders reden weg in een donkere auto die even later in Zoetermeer brandend werd teruggevonden.

Onder bedreiging van een wapen, dwongen ze een echtpaar hun auto uit en daar reden ze mee verder. Deze auto werd brandend in Rotterdam gevonden.

De 29-jarige C.P. heeft volgens de officier van justitie op verzoek, of in opdracht van iemand anders de auto in brand gestoken. De Rotterdammer zelf ontkent alles. "Ik heb hier helemaal niets mee te maken", vertelde hij de rechtbank meerdere keren.

Advocaat pleit voor vrijspraak van verdachte

Advocaat Guy Weski pleit voor vrijspraak van C.P.. Volgens hem spreken de getuigen elkaar tegen en klopt het signalement niet.

Ook noemt hij het vreemd dat C.P. een uur na de brandstichting in de buurt werd aangehouden. "Als je er iets mee te maken hebt, dan blijf je daar toch niet rondhangen. Dan ga je weg", aldus Weski.

'Cliënt stond doodsangsten uit'

Volgens zijn advocaat heeft zijn cliënt doodsangsten uitgestaan, omdat in eerste instantie de suggestie werd gewekt dat hij betrokken zou zijn geweest bij de dubbele liquidatie.

"Dat gaat je echt niet in de koude kleren zitten." Mede daarom - en omdat de hulphond van zijn zieke vriendin zou zijn getaserd - wilde de Rotterdammer volgens Weski aanvankelijk niets verklaren.

C.P. wordt ook nog verdacht van het bezit van pepperspray, twee kogels en een hoeveelheid softdrugs. Het bezit daarvan heeft hij toegegeven.

De rechtbank doet op 13 maart uitspraak.